In deze topwinter kwam er een geheel nieuwe generatie rijders naar voren. Joop Bosman uit Breukelen, in 1941 al tweede in de tocht, vertegenwoordige eigenlijk al de oudere generatie Elfstedenrijders. Er werd onder afgrijselijke omstandigheden gereden: felle vorst en oosterstorm. Klaas Schipper uit Steenwijkerwold kwam zwaar ten val en eindigde de tocht met een groot verband om zijn hoofd als tweede. Alleen Joop Bosman was sterker. Hij gleed dertig seconden eerder over de eindstreep.
Maar toen begon eingelijk pas het zwaarste gevecht van deze tocht. Het regende protesten, omdat er opgelegd gereden was: voor-en achterman hand in hand op de rug, zodat men elkaar kon duwen en trekken.
Het Elfstedenbestuur zat met de handen in het haar. Wat te doen? Naar goed Nederlands gebruik werd er een commissie in gesteld, die het allemaal haarfijn mocht uitzoeken. Pas in augustus kwam het verdict: winnaar Joop Bosman, nummer twee Klaas Schipper, nummer drie Jeen Nauta, nummer vier Jaap Wijnia, nummer zes Wierd Wijnia en nummer zeven Hein Vermeulen ontvingen geen prijs. De gebroeders Wijnia werden bovendien gediskwalificeerd, omdat ze zich per auto zouden hebben laten vervoeren.
Half Nederland stond op zijn kop en Jan W. van der Hoorn uit Ter Aar kreeg een telegram uitgereikt, terwijl hij zijn lelies op het land aan het verzorgen was: “Van Harte gefeliciteerd, U heeft de Elfstedentocht gewonnen,”meldde het bestuur van de Friesche Elfstedenvereniging de verbouwereerde bloemenkweker.
Het muisje had nog een erg lang staartje, want bijna veertig jaar later maakte Joop Bosman met zijn buurman Wim Vos een praatje, terwijl zij elk aan een kant van het slootje zaten dat hun land bij Kockengen scheidde. Vos was inmiddels één van de beste natuurijsschaatsers van Nederland. “Start nooit in de Elfstedentocht, Wim,” raadde Bosman hem aan. “Want ze flikken je daar als Hollander toch.”
Zo diep zat de grootste teleurstelling uit zijn leven. Bosman overleed niet lang daarna, zodat hij niet meer meemaakte, dat een geheel uit Friezen bestaande commissie een nieuw onderzoek begon naar de misdragingen van de gebroeders Wijnia. Ze kwamen tot de conclusie, dat er niets bijzonders was aangetoond, waarop het Elfstedenbestuur besloot ze meer dan 50 jaar later als nog hun Elfstedenkruisje van 1947 uit te reiken.
“Dit is de mooiste dag uit ons leven,” zeiden de broers, toen ze de versierselen opgespeld kregen.
Bron: KNSB/natuurijsschaatsen.nl
Hieronder het verhaal van Jouke H. Dantuma over de Elfstedentocht van 1947.
Johannes ‘Grasso’ ongewild hoofrolspeler in de Elfstedentocht van 1947!
De Elfstedentocht van 1947 was er één van verschrikkingen en ontberingen. Er werd onder afgrijselijke omstandigheden gereden: felle vorst en oosterstorm. Na een zware val van nummer twee Klaas Schipper gleed Joop Bosman als eerste over de streep. Het aantal klachten over onsportief gedrag dat na afloop werd ingediend, was groot. Het bestuur besloot daarom om geen prijzen uit te rijken reiken voordat dat allemaal onderzocht was.
Het Elfstedenkruisje dat op 3 januari 1948 – bijna een jaar na de barre tocht van 1947 – bij Joop Bosman uit Breukelen en Klaas Schipper in Steenwijkerwold op de deurmat plofte, bevatte óók een begeleidende brief. Maar dit epistel was niet echt als felicitatie bedoeld. De beide heren werden uit de uitslag geschrapt. Dit gold overigens ook voor o.a. nummer drie Jeen Nauta en de gebroeders Wynia. Het bestuur beschuldigde winnaar Joop Bosma van opleggen met Klaas Schipper (elkaar vasthouden tijdens het rijden), gebruik gemaakt te hebben van een bakfiets als vervoermiddel, gedragen te zijn bij Finkum en als klap op de vuurpijl zou hij en Schipper op de Finkumervaart achter een Jeep uit de wind hebben geschaatst. Bosma verklaarde over de Jeep het volgende: ‘Bij de Finkumervaart is een Jeep B 13526 op het ijs achter hem aangekomen, doch volgens een verklaring van den chauffeur van deze Jeep in de Dockumer Courant heeft de Jeep achter hem en niet voor hem gereden’. De eigenaar van deze Jeep was Driezumer Johannes P. de Vries, oftewel Johannes ‘Grasso’.
Johannes was ongetwijfelde op dinsdag 8 februari 1947 met zijn Jeep op bezoek geweest bij zijn vader Pieter Ritskes de Vries die in Wijns woonde. De in Stiens geboren Johannes trouwde een maand voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog met de Driezumse boerendochter Roelofje Bloemsma. Vier maanden voor het huwelijk streek hij overigens al neer in Driezum en was eventjes inwonend bij Thymen en Pietje Damstra aan de Foarwei 46 in Driezum. Na hun trouwen hadden Johannes en Roelfke ‘it ryk dêr alinne’. Tussen juni 1949 en december 1951 woonden de familie De Vries bij de cichoreidrogerij aan de Haadwei 10 in de Falom. Daarna volgde verhuizing na de voormalige cichoreifabriek aan de Foarwei 4 in Wâlterswâld (nu autosloperij Broersma). In deze fabriek startte hij in 1939 al onder de naam Grasso een drogerij. Grasso is een prachtige woordspeling op het bekende koperpoetsmiddel Brasso.
Het eerste product wat de Grasso droogde was appelpulp van de Wilco conservenfabriek uit Assen. Daarna werden o.a. bloembollen en sisalplanten gedroogd. Voor Lankhorst Touwfabrieken uit Sneek, die in 1940 door brand was geteisterd, betekende het drogen van hun grondstoffen dat de touwproductie niet stagneerde. In de zomer van 1940 begon de Grasso met het drogen van afwisselend gras en aardappelen. In 1941 werd Johannes de Vries – die de fabriek eerst huurde – voor ƒ 4000,- eigenaar van het pand. Een noviteit was het drogen van groenten en generatorhout voor 21 NOF-bussen. Dit generatorhout leidde overigens op 4 november 1942 tot een brand waarbij de gehele fabrieksinventaris verloren ging. Alleen de inboedel van de woning in de fabriek bleef bespaard. Mijn vader Hille Dantuma was die nacht aan het werk was in de drogerij. Na de brand gingen vier van de negen werknemers door met het drogen van tabak.
Johannes ‘Grasso’ was een vindingrijk persoon: ‘hy wie syn tiid fier foarút’. Terwijl vlak na de oorlog alle boeren in Driezum en Wâlterswâld nog gebruik maakten van echte paardenkrachten was Johannes zijn bedrijf al lang aan het mechaniseren. De oorlog had tot gevolg dat er een einde kwam aan het drogen van gras en groenten. Met de aanschaf van maaimachines brak voor het bedrijf een nieuwe periode aan. Met een omgebouwd Ford met maaibalk werd het gras van de Leeuwarder vliegbasis kort gehouden. De leus ‘Jo belje en wy meane’ zette vele boeren aan om van deze maaimachine gebruik te maken. De aanschaf van een vlasplukmachine was een andere stap in de nieuwe ontwikkeling. Acht jaar lang werd er ‘flaeks lutsen’ in Fryslân en de Wieringermeer. Daarnaast schafte de Grasso een apparaat aan om aardappelbulten onder water te zetten. Ook weden de aardappelbulten met een frees achter een rupstrekker met grond bedekt voor de winter. In de winter van 1954 werd met de Grontmij en Heidemij een drainagemachine aangeschaft. In november 1963 verhuisde het bedrijf naar Stiens. Het bedrijf bestaat nog steeds onder de naam Grasso-Drain B.V.
Johannes Grasso overleed op 23 mei 1984 en ligt op het kerkhof van Wijns begraven. Op de begrafenis van Joop Bosman is er met geen woord over de Elfstedentocht gesproken. Daarvoor had dit trauma een te diepe wond geslagen. De oorspronkelijke nummer vijf, Jan van der Hoorn, werd als nieuwe winnaar uitgeroepen: ‘Op de akker was ik aan het kunstmest strooien, toen kwam mijn zus aanhollen met een brief in haar hand. Ze zegt: je hebt de Elfstedentocht gewonnen!’
Klik hieronder voor het verhaal op Facebook en dan met de foto’s.
Klaas Schipper was mijn buurman, hij kreeg het aan de stok met een andere buurma Abe de Vries die nooit voorbij was gereden. In de polder bij ons was Klaas dan ook omstreden
Iemand (klaas schipper) “omstreden” noemen als diskwalificatie dwz belediging, na zijn dood zodat hij zich niet kan verweren, op een publiekelijke website, vind ik een nare manier van doen. Wat beoogt u?
Als Langeraasrs jongetje was ik vol bewondering voor jan van der Hoorn. Toen k in 1985 kluunend in de NW-hoek hoorde, dat hij naast mij liep, sprak ik hem aan als winnaar 1947. Zijn reactie was: “Ja, dfat zeggen ze”.