21 februari 1985

Share

Niemand geloofde meer in de dertiende Elfstedentocht, toen voorzitter Jan Sipkema op 18 februari toch het verlossende woord sprak: ‘It sil heve.’ Na 22 jaar wachten was de Elfstedentocht voor de dertiende keer aangekondigd. Er ging een golf van emotie door het land. Overal vormden zich lange rijen voor de inschrijfadressen, die pas de volgende dag zouden worden geopend. Gewapend met slaapzakken, flessen beerenburg, warme kruiken en bontmantels brachten rijders en rijdsters een lange koude nacht door om het begeerde startbewijs te veroveren. Binnen een uur na de opening van de inschrijving waren de 15.000 startkaarten uitverkocht. De prijzen op de zwarte markt liepen op tot honderden guldens, maar niemand wilde afstand doen van het felst begeerde kleinood in het land.

De wedstrijdrijders weden overvallen door honderden bedrijven, die plotseling wilden sponsoren. Er volgden nerveuze dagen en topschaatsers als Emiel Hopman en Piet Kleine kregen geen startbewijs, omdat ze geen lid waren van de Elfstedenvereniging.

Daarmee waren twee kanshebbers al bijvoorbaat uitgeschakeld. Nederlands kampioen Henri Ruitenberg en de natuurijscracks Jan Kooiman en Jos Niesten gingen als favorieten van start. Ze bereikten de Bonkevaart ook inderdaad als eersten in gezelschap van een volslagen onbekend mannetje: Evert van Benthem, een veeboer van 26 jaar uit Sint Jansklooster in de kop van Overijssel. In de sprint verraste hij iedereen en volgde zo Reinier Paping op.

Nederland had er een nieuwe volksheld bij. De nieuw verworven roem was aanleiding om zijn plannen voor emigratie naar een land, waar een boer nog een normaal leven kan leiden even uit te stellen. Evert begon een kaasboerderij en plotseling wisten autobussen en toeristen de smalle weg naar zijn bedrijf te vinden.

Voor een andere schaatsheld kwam in deze tocht het einde van een lange reeks successen. Op de lange klûnplek in Kimswerd kwam Jan Roelof Kruithof uit Havelte, winnaar van liefst tien alternatieve Elfstedentocht, ten val voor de deur van het eeuwenoude bakkerijtje van het dorp.

Op het ijs was hij vrijwel niet te verslaan als er 200 kilometer geschaatst moest worden, maar hardlopen op schaatsen was iets anders. En bovendien begonnen de jaren te tellen: het rijk van Kruithof eindigde in de Elfstedentocht van 1985, die hij zo graag had gewonnen.

Bron: KNSB/natuurijsschaatsen.nl

Veertiende op 26 februari 1986

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*