De tocht der waanzin

Op 14 februari 2021 begint de dag waar wij heel ons leven van gedroomd hebben, wij rijden de Elfstedentocht. Geen dag in mijn leven is ooit voorbijgegaan zonder aan de tocht der tochten te denken.

In de pikdonkere morgen raakt ons ijzer het ijs van de Zwette in Leeuwarden, één klik “tak”.

Eén klik en mijn hersenen staan al op de Bonkevaart, ik ben er al, al wat ertussen zal gebeuren is bijzaak.

Maar al wat er tussen gebeurde bleek waanzin, fantastische waanzin!


Wie ben ik
Ik ben nooit een sportieve jongen geweest maar was rond mijn 30 wel meer aan het sporten vooral op de fiets. Ik was altijd al enorm geïntrigeerd door de Elfstedentocht, als er eentje was lag ik als kind de hele nacht voor de tv te wachten zeker niks te missen, de enige dagen dat ik voor de tv mocht slapen. Mijn vader vertelde verhalen over hoe mythisch die tocht was, één kans omdat je nooit wist wanneer hij ging gereden worden. Ik herinner mij ook dat de mijn vader altijd zei dat de winnaar zo beroemd werd in Nederland dat hij een boerderij kon kopen. Heel mijn leven weet ik dat ik de tocht wil rijden, ondanks dat schaatsen niemand iets zegt in Vlaanderen kent iedereen de Elfstedentocht. Maar ik wist helemaal niet dat er een “wachtlijst” was. Dat begint in 2013, er was die winter ervoor net geen tocht geweest, met enorme spanning volgde ik alles, ik bekeek hoe ik kon meedoen, maar dat ging niet. Dat wou ik niet meemaken en ik ging aan de slag, bijna niemand in Vlaanderen schaats en ik zocht op Google twee schaatsclubs in Breda en nam lessen bij Duosport. Ik moest immers twee handtekeningen kunnen verzamelen dus eerst leren schaatsen. Wat daarna gebeurde veranderde mij leven, doordat ik de winter had door gesport had kon ik de zomer daarop veel beter fietsen waardoor ik kleine amateurkoersen kon winnen waarvan ik voordien enkel kon dromen, schaatsen was sowieso een blijver. De volgende jaren ging ik heel veel techniek trainen, steeds onder begeleiding, daardoor kon ik als wedstrijdrijder snel een aanvaardbaar niveau bereiken. Nadat marathonschaatsen onmogelijk bleek met de pijnlijke rug ben ik volledig een 500-1500m schaatser geworden. Ik slaagde erin op alle afstanden Belgische en Vlaamse medailles te halen en werd in 2020 Belgisch kampioen marathon. Naar Nederlandse normen vergelijkbaar met een c2 marathon winnen.

Wat voorafging
Ik ben ondertussen lange baan schaatser, een kasplantje dat het liefst 500m rijdt in een lekker warm Thialf. Mijn maat Tom is een pure natuurijsschaatser. Zo kasplant ik ben, zo oermens is Tom: een krachtpatser die zijn eigen krachten niet kent, een 45 jarige die elite koersen meerijd om te winnen. Tom werd in Dijon wereldkampioen bij de vrije bonden door in de start te demarreren en heel de dag alleen vooruit te rijden. Tom is dat type mens dat dokters tot verstomming slaat bij een inspanningstest. Wij zijn complete tegenpolen op sportgebied: Tom is een natuurtalent ik moet proberen alles slim aan te pakken. Tom heeft echter een belabberde schaatstechniek, nooit lessen genomen, enkel buffelen.

We delen echter één passie: de tocht der tochten.

Op 8/02 belt Tom me op, de weerkaarten zijn duidelijk er kan een Elfstedentocht komen. De koorts barst los, mijn huis wordt een puinhoop bij het uitzoeken van kleren en materiaal. Ik probeer vrij te nemen, moet regelen dat mijn schaatsen vooraan afgeslepen worden… enz. Maar de koorts gaat snel liggen, de weerkaarten slaan om… maar natuurijs zit er wel in.

Op vrijdag 12 februari sta ik voor het eerst in mijn leven op natuurijs. Tom schaatst me wind op kop helemaal de nek af. Gelukkig geen tocht…dat had mijn rug nooit gehouden, pijn.

Zaterdag morgen telefoon, er ligt super zwart ijs vlak bij Tom zijn thuis, ik ga met de kinderen en de neefjes lekker schaatsen.

Tom bleek echter een ander plan te hebben, ik was ervan overtuigd dat er te veel open water was maar Tom begon te spreken dat hij dacht dat alle wateren dicht lagen in Friesland. Het ijs zou wel heel slecht zijn, maar dat was voor mij geen issue, als de dikte overal veilig was en alles dicht lag… zou het?

Overal op de cruciale punten bleek het inderdaad dicht te liggen, halsoverkop besloten we af te zakken naar Friesland. Snel thuis het materiaal pakken, lampjes opladen, bij de buurman snel een powerbank gaan lenen (bleek achteraf een geniale zet).

We besloten niemand lastig te vallen met ons plan en volledig op ons zelf de Elfsteden te rijden, na één dag op natuurijs, zonder parcours kennis, zonder ervaring, …

We hadden enkel waterkaarten om de weg tussen de steden te zoeken dus ik probeerde nog snel iets digitaal op te zoeken om een back up te hebben.

Eén obstakel nog: het lang verwachte Valentijn diner moest even geannuleerd worden, daarover geen verdere details.

Laten we het er op houden dat mijn Zeeuwse schoonmoeder het belang van de tocht inzag en zei dat ik geen moment mocht twijfelen.

De tocht
Na aankomst in Friesland bespraken we hoe we het gingen aanpakken, we besloten een taxi te nemen naar de Zwette om niet voor de start al koud te vatten het was iets van -10 en een stevige wind. Wij hadden rond 6.00u een drukte verwacht aan de start maar er waren maar een handvol mensen, dat gebrek aan volk had iets magisch, pikdonker enkel licht van het schijnen van hoofdlampjes. En bijna niemand te zien, vertrekken als dieven in de nacht.

Zoals gezegd had ik maar één doel voor ogen: De Bonkevaart. Voor Tom begon reeds op de Zwette een lijdensweg, het bleek voor hem zeer moeilijk om in het donker te schaatsen. Ik probeerde met mijn stevig lichtje “bij” te schijnen maar dat gaat niet, het ijs was dermate slecht dat het totaal geen zin heeft te waarschuwen voor scheuren, ze waren immers overal. Ook lichten gaat niet omdat je zelf rondkijkt en het lichtje op je hoofd staat kan een ander zich daar niet op focussen. Het begin van een ware helletocht, achter mij hoor ik Tom tientallen keren vallen, vloeken en miljaaren. Mijn schaatstechniek redt me daar al, ik sta 3-4 keer per week op mijn schaatsen. Daarom sta ik er recht op en kan ik mijn lichaamsgewicht gebruiken om verder te geraken. De pijn aan Tom zijn voeten is niet te harden. Mijn voordeel op dit slecht ijs is enorm. Tom bidt voor licht, hij vervloekt het feit dat we zo vroeg vertrokken zijn en wil maar één ding… licht! De zon komt op.

Eindelijk licht…. maar de omstandigheden verbeteren niet, een zeldzaam stukje normaal ijs is een werkelijke verademing. Voor de rest is het enorm veel klunen en de weg zoeken. Telkens het ijs veranderd in water, meestal aan een sluis of een bruggetje is het zoeken. Waar moeten we heen? Hoe geraken we daar? is het klimmen? is het te klunen? of moeten we de loopschoenen aan?


De waanzin slaat toe, Tom kruipt stukken onder houten relingen langs bruggetjes op handen en knieën omdat zijn voeten dan al te pijn doen door blaren en slecht ijs, het bloed staat van begin in zijn schoenen. Soms moeten we ons een kade optrekken aan een reling, dan weer moeten we ons op het ijs laten vallen van een reling. Soms moeten we de loopschoenen aan om een weg te zoeken naar ijs tussen werken aan sluizen en bruggen. We klauteren over bermen en klunen over wegen. We kruipen onder bruggetjes, de eerste rijder met een nat pak komen we tegen toen we een weg aan het zoeken waren. We doen passages door de sneeuw die soms kniehoog is. Het is duidelijk dat er op de route nergens kluun wegen gaan voorzien zijn en dat er niet voldoende volk zal zijn om ergens een flow te volgen.

Het ergste moet nog komen….

Het zuidelijke deel van de route, de hel van het zuiden.

Mijn computertje stond daar uit om elektriciteit te sparen maar ik schat dat we op bepaalde stukken meer dan twee uur doen over dertien kilometer.

Het was een witte brokkenpak waar we op uitkeken, telkens weer. Volledig eenzaam in de snijdende wind kijk je uit op een witte smurrie van stenen en brokken, schaatsen was onmogelijk. Het was stapje voor stapje kijken waar je je één millimeter dikke mes kan neerzetten tussen twee stenen. Het ging niet meter per meter, maar per centimeter.

Slotenmeer, Fluessen, Morra, het was kruipen en behelpen.

Op een gegeven moment staan we voor een wit meer ergens rond Galamadammen, drie andere finishers van deze tocht proberen langs links een weg te nemen die een beetje te doen is. Ik zie dat het overal even slecht is en vraag Tom waar hij denkt dat we naartoe moeten, ik denk naar daar en hij wijst naar een dorpje rechtdoor. Ik twijfel geen moment en knal rechtdoor, Tom heeft geen keuze en moet volgen, hij valt stapt, kruipt, vloek, ….. stap per stap een eindeloos meer over.

De andere schaatsers duiken achter ons op, ik heb de juiste keuze gemaakt, oef Tom gaat me ‘nog niet’ vermoorden…. en we leven nog. Veilig was het wel, het ijs was overal voldoende dik.

Vermoedelijk was daar ergens in het zuiden de plek waar Angenent gestopt is, blijft een held natuurlijk dit avontuur is niet te vergelijken met een wedstrijd.

Het stoppen op tv had wel grote gevolgen, niemand in het land geloofde nog dat er mensen onderweg waren omdat het voor onmogelijk werd geacht op dat moment.

Telkens als je iemand tegen kwam zag je de twijfel in hun ogen….”zou het”? zouden die gekken echt bezig zijn?

Soms was er een stukje lekker ijs en kwam je groepen schaatsers tegen in dorpjes.

In schouw rijden we vast op een meertje.

Het verstand staat dan al lang op 0, Tom en ik gooien ons op de knieën en Tom haalt zijn waterkaart boven. Een schaatser zijn centje valt en stop bij ons, “Elfsteden?“ wij antwoorden volmondig en overtuigd “JA !”.

“U moet daar het hoekje om en een klein grachtje op”. Wij recht en verder.

Zo gaat het de hele dag, slecht ijs, zoeken naar de weg en klauteren en klimmen al klunend. Maar telkens weer recht en verder.

Schaatser zonder schaatsen
Drie zaken ben ik onderweg kwijt geweest: mijn beschermers, mijn gps en…. mijn schaatsen

In Franeker worden we weer op de route geholpen door een groep schaatsers die ook de tocht doet. Deze mensen hadden we meer dan nodig, we hielpen ons Franeker uit maar omdat we de tocht volledig op ons eentje deden was eten en drinken een probleem, het was één van de enige keren dat we verzorgers zagen en we mochten uit hun kofferbakken nemen wat we wilden…. tja dat was alles wat we konden binnen spelen, we propten onze mond vol. Ik maande Tom aan snel te vertrekken en de groep voor te blijven, ze reden sneller dan ons en zo konden we nog eens eten wanneer ze ons inhaalde.

Maar de beschermers…de laatste keer dat we de groep zagen moesten we de route terug proberen op te klunen door kniehoge sneeuw, ik kom op het ijs en mijn beschermer is weg, groot probleem natuurlijk…. Ik ga op zoek maar de sneeuw is veel te diep, opgehoopt door de wind, die beschermer ga ik niet meer vinden. Vanaf hier wordt het telkens inschatten: kruipen, of schoenen wisselen of stappen op mijn ijzer. Op gras stap ik op mij ijzer aan wakken, telkens we wegen over moesten moest ik vanaf dan wisselen van schoenen. Omdat Tom zo een pijn had bij het klunen deed hij sommige stukken letterlijk kruipen, zo kon ik één beschermer van hem nemen om te klunen en kroop hij het stuk. Dikwijls moesten gewoon de schoenen aan om bermen op te kruipen en wegen over te steken.

Naarmate de dag vorderde en de nacht binnensloop namen we meer en meer risico om niet te moeten klunen, ondanks mijn twee dag op natuurijs ging ik het risico van een bruggetjes inschatten.

Zijn er sporen? Zijn er eenden ? de hoogte zegde ook veel had ik al gemerkt. Ook als er aan een kant houvast was ons gewicht omhoog te duwen namen we het risico, klunen moesten we al meer dan genoeg doen.

Tweede item dat ik even kwijt was mijn mini gps, deze gebruiken en we ook om de weg tussen de steden te vinden. We reden op een wak aan een grote weg, klauterden omhoog op de berm en naar beneden in de sneeuw op zoek naar ijs. Je bent echter met tien dingen bezig… je schoenen, je rugzak, snel wat eten, snel wat drinken, handschoenen uit en wegsteken enz.…. ik zet me op het ijs en het overvalt me “dat pietluttig ding is weg”… “VERDOEME!!” Ik vloek harder dan Tom al 100 keer had gevloekt die dag (en dat wil wat zegge). Op zoek, en na vijf minuten hadden we het gevonden, paniek voor niks.

Maar de klap op de vuurpijl was de schaatsen…. Harlingen!

We schaatsen Harlingen in langs een jachthaven maar we rijden op een groot open kanaal, FUCK!

Weer jut ik Tom op, “kom, hop er af en schoenen aan”, het ijs was link we moesten er snel af.

We sprongen op de steiger en deden loopschoenen aan, dat lukte maar we stonden in een beveiligde jachthaven….met draden er rond.

We lopen het steigertje op en er staat een man in zijn achtertuin die aan de haven grenst, met de handen losjes in de zakken aanschouwd hij het plaatje een smile op het gezicht, maar het is een kenner, die man weet wat wij aan het doen zijn.

De route is vlakbij, in vogelvlucht amper iets maar er loopt dus dat kanaal door waar nog boten op varen maar ook een ringweg.

We vragen die man hoe we daar snel geraken maar dat was geen optie, “ik zet jullie er snel af” want je kan te voet niet over. We klauteren met als ons materiaal en schaatsen in de hand over de ijzeren poort. Zogezegd zo gedaan, dit was een meevaller, honderd meter in vogelvlucht maar potentieel hadden we daar een uur verloren. We stappen de auto uit en het ijs op. Maar ik zet die stap op een loopschoen, FUCK! De schrik slaat me op het lijf en ik ga als een gek lopend achter de auto aan over de weg, maar die is te snel. Ik loop verder de ringweg op en stop een auto…. oef mensen uit Leeuwarden, het toverwoord Elfsteden doet wonderen, het jachthaventje is vlakbij maar je moet dus rond…. Die man is niet thuis… shit!

Ik bel Tom, gelukkig staat de man met mijn schaatsen daar, oef! De mensen zetten me af en we knallen verder, ik weet vanaf dan één ding zeker, niks kan ons nog stoppen vandaag.

Helesblauwe toeter
Het laatste stuk was episch: vanaf we in Bartlehiem afdraaiden naar Dokkum wisten we dat niks ons nog kon stoppen en dat we onze droom gingen waarmaken.

Maar de duisternis was weer gevallen en mensen hadden we al uren niet meer tegen gekomen, de groep die ons geholpen had waren de laatste mensen die we zagen. De laatste uren zouden we nog maar één keer mensen zien, een groepje dat stond te borrelen rond Burdaard zwaaide met de vlag en riep ons toe, dat deed verschrikkelijk deugt. Tom riep of dit Dokkum was, ik kon een schaterlach amper bedwingen…nee zo simpel wordt het zelfs nu niet. In het donker sloeg de tunnel toe, het was donker en je richt je enkel op de straal van je licht, je komt in een trance door het ritme van je slag tak, tak, tak, uren aan en stuk.

Je probeert je te richten op sporen maar het stuk naar Dokkum was besneeuwd, heel de dag ontwijk je zwarte plekken, dat zijn wakken. Maar door de lichte sneeuw en de wind zijn er overal zwarte vlekken op het ijs, het inschatten… Maar je zit volledig een tunnel door de duisternis je hersenen beginnen beelden te vormen die er niet zijn, je hersenen weten het niet meer een hoopje sneeuw lijkt een pinguïn, een vlek lijkt een wak, je hersenen zien golfjes maar ze zijner niet je gaat verder, verder en verder de tunnel in, de euforie neemt toe.

Terug in Bartlehiem begin je te genieten van de ontbering, je gaat kicken op de tunnel omdat de euforie het overneemt, je weet dat je het gaat halen maar hebt tegelijk een helse schrik voor materiaalpech, god niet nu, niet nu….

Het stuk naar Leeuwarden is fantastisch, pikdonker, enkel tegen jezelf, tak, tak tak…. veel wind, maar daar geniet je enkel nog van, genieten van tegenwind ja.

Je weet dat het gaat lukken je kruip de laatste keer een besneeuwde berm op.

En dan sla je rechtsaf en gebeurd het, het moment waar je je hele leven van hebt gedroomd, je draait de Bonkevaart op. Ik wist niet eens dat de finish verlicht was, ik wist ook niet dat het zo kort was het overvalt je gewoon, zou het echt? Hebben we het echt gedaan?

Wanneer één auto hevig toetert vlakbij het hemelsblauwe licht overvallen de emoties me, één iemand ziet het! Één iemand ziet ons finishen! En hij of zei weet het, die weet wat wij doen.

Schouder aan schouder rijden we onder de finish boog. Totaal in eenzaamheid.

Het is gelukt! Na zestien en een half uur zijn we er.


We halen een gsm-toestel boven en nemen een foto, Tom stelt voor “een stukje naar de stad te schaatsen” …echt waar! Nee nee, ik schaats geen meter meer. We bellen de taxi, de man komt aanrijden en ik zwaai juichend, wat en gek zie je die man denken. Tot hij beseft wat we gedaan hadden, de bewondering doet deugt.

Waanzin
De waanzin zat hem in verschillende zaken. Het feit dat we zomaar op de wilden bof vertrokken zijn, zonder deftige voorbereiding, zonder verzorgers. We hadden geen parcours kennis en ik had geen ervaring op natuurijs.
Verder had ik nooit gedacht in welke focus ik zou terecht komen met de Bonkervaart voor ogen pas achteraf denk je na wat je overal uitgestoken hebt en welke toeren je hebt uitgehaald, alles waar je op over en onder geklauterd en gekropen bent, op het moment zelf ga je gewoon door.

Maar het meest waanzinnige was de staat van het ijs, dat veel mensen het onmogelijk achten maakt de voldoening des te groter. Met een georganiseerde tocht is dit avontuur natuurlijk niet te vergelijken maar we hoorden van mannen die hem in 2012 ook gereden hadden en er nu vijf uur langer over gedaan hadden door de verschrikkelijke staat van de route.

De after party
Hoewel ik me gans de toch goed voelde keer ik een enorme klap achteraf, na een haluurtje sloeg de vermoeidheid toe. Een aantal dagen ben ik letterlijk ziek geweest, mottig…

De voeten waren meer gehavend dan verwacht, maar de euforie overheerste. De dagen nadien leef je nog in de tocht.

Wanneer ik die nacht bij het slapengaan de ogen sluit begin ik terug te schaatsen, Hé? Ik probeer nog eens….

Het zal iets in de hersenen zijn maar door mijn te sluiten werd het donker en dachten mijn hersenen blijkbaar dat ik terug aan het schaatsen was in het donker, maar geen probleem dacht ik…dan blijf ik lekker nog een nachtje schaatsen. Tak, tak, tak, tak.

Einde

Politiek
Zowaar werd de Elfsteden onderdeel van een politiek debat, partijen waren voor en vonden dat hij moest gereden worden als het kon, anderen waren tegen…

De politiek is het laatste jaar op een fantastische manier in geslaagd de bevolking te verdelen en de macht naar zich toe te trekken, verdeel en heers…

De Vereniging had reeds voor er ijs lag klaar en duidelijk hun mening uitgesproken en de tocht bij voorbaat geannuleerd. Had ik dat gedaan? Neen, ik vind de tocht te uniek en uitzonderlijk en een bepaald risico waard. De moderne maatschappij kan echter niet meer met een risico om. De gemiddelde leeftijd van de Elfsteden leden ligt hoog, veel speelt zich binnen af voor de start en je staat uiteraard binnen in vakken, voor bepaalde zaken waren er volgens mij echter oplossingen… zeer dubbel allemaal.

Respecteer ik de beslissing? Ja! De beslissing is aan het bestuur daar zei simpelweg de baas zijn, aan niemand anders. Het staat iedereen vrij lid te zijn of te blijven. Ik blijf dat zeker en respecteer hun keuze. Door dit klaar en duidelijk te stellen was er ook nooit verwarring. Het bestuur was eerlijk en duidelijk.

Probleem is dat veel mensen hun moreel kompas verloren zijn…is een NK-natuurijs verantwoord? Natuurlijk, gezonde jonge topsporters die reeds in bubbels trainen buiten in de vrije lucht tegen elkaar laten schaatsen… Met corona heeft dat niks meer te maken met politiek des te meer.

De geschiedenis bewijst dat als mensen de zinnetjes “de wet is de wet” beginnen te gebruiken… dan zijn eigenlijk de echte argumenten op. Als mensen zeggen “die deed ook maar zijn job” wil dat eigenlijk zeggen “we weten dat het eigenlijk moreel fout is” … anders zou je immers een echt argument hebben. Mijn moreel kompas werkt gelukkig nog: zie ik iemand? Neen. Breng ik iemand in gevaar door in buitenlucht eenzaam in een Friese gracht te rijden? neen! Amper een mens hebben we gezien en al zeker niemand binnen.

Het zal nooit duidelijk zijn hoeveel carrières men het afgelopen jaar kapot gemaakt heeft in alle sporten, laat staan hoeveel jongeren men het sporten heeft afgenomen.

Als je jezelf recht in de spiegel kan aankijken dat je niemand maar dan ook niemand in gevaar brengt, welk recht geeft het een politieker om je grote droom af te nemen? Reeds een dag later had de rechterlijke macht in Nederland dezelfde visie….

Techniek
Schaatsen is een technische sport, hoe kan het dat Tom me twee dagen voordien kapotrijdt op natuurijs en hij het zo moeilijk had met het slechte ijs in Friesland. Wel, ik ben een 500-1500 meter schaatser maar sta in normale omstandigheden 3 a 4 maal per week op mijn schaatsen telkens maar een uurtje en telkens maar korte inspanningen. Maar dat zorgt ervoor dat ik recht op mijn schaatsen sta. De slechtste stukken waar we maar klein pasje per pasje konden stappen op het ijs sta ik recht en stabiel op het ijs, ook stabiel staan op één been om de pasjes van 20-30 cm te maken. Tom staat zoals velen op de binnenkanten van zijn ijzers, in een tocht van 16u30 zorgt dat voor een enorme druk op de enkels en is er geen velletje meer te bekennen op je voeten op den duur. Door het rustige tempo kon ik mijn techniek maximaal benutten, ik plaats mijn schaats onder het lichaam op de buitenkant van het mes waardoor je gewicht buiten je lichaamszwaartepunt valt ook al maak ik kleine prikslagjes telkens het klein gleimomentje op de buitenkanten van je messen spaarde me enorm veel energie en in dit geval vooral comfort, dat is puur door mijn lange baan training waar we onze heup er telkens over dienen te gooien, op de lange baan val je vervolgens met gans je gewicht, in dit geval maak je door je gewicht te wiebelen een prikslagje, ik had nooit gedacht dat net op zo een slecht ijs mijn techniek me zou redden. Op je binnenkanten schaatsen is goed voor korte afstanden omdat je steeds druk hebt, er staan wereldrecords op de 500 en 1000 meter van schaatsers die amper overkomen, maar op een lange afstand is het moordend het rustmoment (glijmoment) van je lichaamsgewicht niet te benutten. Verder zat ik ook steeds “achterop” ik had de punten van mijn schaatsen afgerond dat zorgde er samen met het rustige tempo voor dat ik maar 1 maal gevallen van als je goed achterop schaats rijd je over 90% van de scheuren netjes over, dwarsen zoals je tramsporen dwarst met de fiets je kiest je lijnen. Door het vallen met het gewicht schaats ik ook op één been, als dat been in een scheur vastreed haakte mijn schaats maar kon ik gewoon mijn ander been op het ijs plaatsen. Met mindere techniek heb je vaak twee schaatsen op het ijs waardoor je natuurlijk geen been meer overhebt om te plaatsen wanneer het andere strop. Verder zorgt de techniek training ervoor dat ik elke breedte en elk ritme kan rijden, was er ergens een half metertje dat beter reed (dikwijls langs het riet een paar decimeters ijs dat uit de wind bevroren was) dan reed ik extreem een smal slagje met hoger ritme. Bovenstaand verhaal gaat natuurlijk enkel op in deze specifieke situatie, volgende keer op “normaal” natuurijs schaats Tom mijn natuurlijk weer gewoon de nek af door fysieke superioriteit.

Materiaal
Deze tocht had 100% zeker veel comfortabeler en véél sneller gegaan op combi noren waar je het ijzer uit kan nemen. Je wint gewoon enorm veel tijd als je op dezelfde schoenen kan schaatsen als klunen en stappen om de weg te zoeken.

Ik heb custom Seves schoenen die knetterhard zijn om te klunen, ik voel mijn scheenbenen nog steeds. Zoals hierboven vermeld ben ik ook mijn beschermers verloren waardoor het telkens kiezen was (kruipen, mes beschadigen of schoenen aandoen) met combi Noren lijkt me dat allemaal makkelijker.

Verder was er nu de specifieke staat van het ijs, en had de geometrie van de combi (laag en achterop) veel beter geweest. Als het volgende keer wel goed ijs is zal dat misschien echter weer net een nadeel zijn om snelheid te maken….

Een echte georganiseerde toch zal perfect kunnen op gewone schaatsen omdat je veel minder de weg moet gaan zoeken. Die zou ik gewoon steeds doen op de schaatsen waar je het meest op staat.

Voor mijn messen had ik de reserve genomen en vooraan de punt helemaal afgerond, dit om “uit de scheuren” te rijden, geen idee hoe het op mijn normale had geweest maar dit doen lijkt mij een must. Uiteraard is een klapschaats ook aan te raden door het corrigerend vermogen…met je punt in een scheur klapt hij open…. ik heb nooit op vaste schaatsen gestaan en kan niet vergelijken maar klappers lijken me veel makkelijker.

Ik denk niet dat het uitleg hoeft dat lichtjes van groot belang zijn, ik had er nog snel één gekocht, een powerbank is aangewezen voor een lange tocht. Na de eerste periode in het donker kan je hem dan opladen voor de avond/nacht. Old school zullen het “te modern” vinden misschien maar zonder licht vallen op een niet georganiseerde tocht is einde verhaal lijkt me.

Kleding zal uiteraard elke tocht anders zijn…. als je hem op jezelf doet kies voor laagjes en neem lichte winddichte dingen mee, een windstopper maakt een enorm verschil zowel warmte als je hem aanhebt als verluchting als je hem uit doet, hij is licht en kan zo in de rugzak.

Kies ook op je hoofd voor lichte laagjes: ik had ondermutsen van het fietsen, dunne bivakmutsen, buff’s en een kraag, alles is licht en makkelijk op te bergen, zo kan je variëren voor de veranderende temperaturen (dikwijls 10-15 graden verschil gedurende de tocht), dingen af dingen terug op,…. Kies je voor één super warme bivakmuts zit je veel te beperkt.

Een beschermende slijpbril van mijn vader was nu voldoende, het weer was goed, in andere omstandigheden zal misschien een ski of zonnen bescherming nodig zijn.

Alleen
De toch alleen schaatsen heeft veel voordelen: je kiest je eigen tempo. Je stop wanneer je wil eet wanneer je wil, plast wanneer je wil, vertrekt wanneer je wil,….
De tocht met twee doen heeft ook veel voordelen: je hebt een aanspreekpunt, kan overleggen wat te doen, welke beslissingen te nemen, het geeft veel meer verstrooiing. Verder zit je met het veiligheidsaspect natuurlijk.
Bij een georganiseerde toch maakt het uiteraard niet uit: rijd je voor de tijd, voor de fun, voor de ervaring met je schaatsvrienden,…
Een avontuur zal de tocht der tochten altijd zijn.

 

3 antwoorden naar “De tocht der waanzin”

  1. Chapeau mannen voor jullie prestatie. Ik heb op het Veluwemeer ook op baggerijs geschaatst en kan me jullie ontberingen wel voorstellen. Nu maar hopen dat we de volgende winter de echte Elfstedentocht kunnen rijden!

  2. Gefeliciteerd met jullie tocht! 16,5 uur is ook erg netjes temeer jullie de weg niet kenden. Ik reed een stuk voor jullie, ik ben om 06.57 gestart in Sloten en was om circa 21.25 op de Bonke. Ik had de tocht in ’12 ook gereden en sindsdien ook twee keer met een kajak gedaan om de weg beter te leren kennen. Bedenk dat een powerbank normaal gesproken overbodig is als het ijs er goed bij ligt, dan rijdt je de tocht makkelijk in 12-13 uur en heb je genoeg aan een lamp die het ruim twee uur doet. Kluunschaatsen hebben wellicht voordelen, maar ik denk dat dat heel beperkt is.met meer ervaring wordt je ook handiger met beschermers. Wat vooral veel tijdverlies geeft is het wisselen tussen schoenen en schaatsen. Ik ben er op de luts in balk doorheen gegaan en heb sinddien lopen knoeien met sokken wisselen.Ook ik liep mezelf klem in Harlingen, ben over en langs hekken geklommen en heb mijn schaatsen uitgedaan en op mijn schoenen de 1300 meter klunen afgelegd. Ik kreeg snachts terug naar Sloten windkracht zes recht in mijn bakkes en was om 04.45 uur terug bij de auto in Sloten.

  3. Prachtig verhaal! Gefeliciteerd met jullie presentatie! Ik heb zelf het stuk van Finkum naar de Bonkevaart en weer terug gereden, maar dat was al niet best vond ik. Dus echt respect voor jullie en de andere paar schaatsers die hem helemaal hebben gereden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.