18 januari 1963

Share

In de sportgeschiedenis van Nederland is vrijdag 18 januari 1963 ongetwijfeld de bekendste datum: die dag werd de twaalfde Elfstedentocht verreden. Het werd de meest legendarische ooit. Een slagveld, zoals nog nimmer vertoond. De temperatuur was bij de start -12 graden. Alle koude records werden die nacht gebroken. In de loop van de dag stak een noordoosterstorm op, die de baan in het noorden van Friesland volkomen onbegaanbaar maakte.

In Stavoren stapten duizenden mensen af. De trein naar Leeuwarden kon het aanbod van rijders niet verwerken. Er moesten extra bussen worden ingezet. De hospitalen langs de route lagen vol gewonde schaatsers en de EHBO maakte overal overuren.

Er gingen 9862 rijders van start. Slechts 127 zouden de eindstreep bereiken. Dat was een percentage van 1,3 procent.

Reinier Paping uit Dedemsvaart maakte zich onsterfelijk door als eerste over de finish te komen met een voorsprong van 22 minuten op Jan Uitham uit Noorderhogebrug. Zevenendertig jaar later werd hij door de kijkers van Studio Sport, het populaire sportprogramma van de NOS, uitgeroepen tot de individuele sporter, die de meest aansprekende prestatie van de twintigste eeuw had geleverd!

Bij Witmarsum had Reinier definitief afscheid genomen van Uitham, Jeen van den Berg en Anton Verhoeven. Van den Berg raakte sneeuwblind en kwam uitsluitend meet hulp van Uitham als derde over de streep. Verhoeven was eveneens sneeuwblind en waggelde als aangeschoten wild over de Dokkumer Ee om uiteindelijk als een wrak over de finish op de Grote Wielen te komen.

Kroonprinses Beatrix had in de EHBO-tent met het moeder koningin Juliana winnaar Paping gefeliciteerd. Hij werd daar met infrarood lampen weer een beetje ontdooit en de prinses had herhaaldelijk geroepen: “Oh, mijnheer Paping, ik heb zo’n bewondering voor u!”

De held van de dag werd door zijn echtgenote Joke opgehaald en samen gingen zij naar Dedemsvaart, waar ze door de plaatselijke fanfare werden opgewacht. In het holst van de nacht bereikten ze het zomerhuisje (!), waar ze na hun huwelijk in verband met de woningnood hun intrek hadden genomen. De waterleiding, de bak met water voor de hand en de aardappels zaten in de pan op het butagasstelletje van de nieuwe Nederlandse voksheld waren allemaal vastgevroren.

Toen de pers de volgende ochtend het onderkomen, diep in de bossen bij Ommen had gevonden was Reinier niet thuis. Hij had tegen Joke gezegd: “Ik ga even het bos in voor een loopje. De spieren zijn nog wat stram.”

Bron: KNSB/natuurijsschaatsen.nl

Klik hier voor de belevenissen van 67 toerrijders van de Elfstedentocht van 1963

Dertiende op 21 februari 1985

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*