2 januari 1909

Share

Om vijf uur ’s ochtends sprak voorzitter S. Hylkema van de Friesche IJsbond 22 schaatsenrijders toe in hotel Amicitia in Leeuwarden. Er hadden zich weliswaar 48 liefhebbers ingeschreven voor de eerste officiële Elfstedentocht, maar door de dooi waren er al 26 afvallers voor het startschot had geklonken. De voorzitter vroeg de heren bovendien beleefd om zij van mening waren, dat het evenement moest doorgaan. Want er hing een ‘griemelige mist met drupgetik aan druipende boomtakken.’ Kortom het dooide.

Niemand stemde tegen het doorgaan van de tocht, zodat de 22 dapperen al snel in het duister van de nacht richting Dokkum verdwenen. Dominee Minne Hoekstra uit Warga zal uiteindelijk als eerste over de finish komen. Hij was na terugkeer uit Dokkum bij Birdaard hard gevallen over een in het ijs ingevroren plank, maar haalde tussen Leeuwarden en Harlingen de koplopers Geerlof van der Leij, Binnema en Schaap in. De laatste twee vielen in de loop van de tocht af, maar luitenant Rooseboom achterhaalde Hoekstra en Van der leij.

De gebeurtenissen werden op de voet gevolgd door journalist Jan Feith van het Algemeen handelsblad, die een jaar eerder de tocht in drie dagen had geschaatst en nu verslag deed voor zijn krant. Hij schaatste na de terugkeer uit Dokkum doodgemoedereerd met de koplopers mee. Ook Foeke Tjalma van de Nieuwe Rotterdamsche Courant was in hun gezelschap, maar hij haakte in Franeker af op zoek naar een telegraafkantoor om zijn verslag van de eerste uren tijdig in Rotterdam te krijgen.

Op het Zwette tussen Sneek en Leeuwarden ontspon zich een driftig gevecht tussen Hoekstra, Van der Leij en Rooseboom, dat glansrijk door de theoloog werd gewonnen. Slechts negen rijders bereikten de finish.

Bron: KNSB/natuurijsschaatsen.nl

Tweede op 7 februari 1912

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*