7 februari 1912

Share

De kwakkelwinter van 1912 leverde twee afgelaste en de tweede Elfstedentocht op. Woensdag 7 februari vertrokken 61 deelnemers, van wie er slechts 18 de finish niet zouden halen. Glorieuze winnaar werd Coen de Koning uit Arnhem, die in 1905 wereldkampioen op de schaats was geworden in Groningen en houder van het werelduurrecord was.

Coen kwam uit een groot gezin en werd in Edam geboren. Zijn broer Jacques was ook een goede rijder en kampioen van Nederland op de lange baan. Andere broer Cor reed in de jaren ’20 in de kernploeg en oudste broer Jan had kortebaanwedstrijden gewonnen.

Maar Coen de Koning was de beste van de familie en dat toonde hij in de Elfstedentocht van 1912, waarin hij op het Slotermeer de gids J. Klinkhamer in dienst nam. Hij reed toen nog samen met Jan Ferwerda en Sjoerd Swierstra, die te weinig geld hadden om een gids te betalen.

Klinkhamer was een sterk rijder, die ook als een voorbeeldig gangmaker voor De Koning werkte. Tegen dat geweld waren Ferwerda en Swierstra niet opgewassen. Zij eindigden als tweede en derde.

Opmerkelijk was de deelneming van Jikke Gaastra, de eerste vrouw, die aan de start verscheen. Zij bracht het, begeleid door haar broer Jan, tot Sneek, maar omdat G. Dubois ter hoogte van de bekende ijsherberg De Dille aan het Zwette door het ijs was gezakt, besloot het bestuur de tocht te stoppen. Alle deelnemers die tot Sneek gekomen waren werden geacht de tocht te hebben volbracht. Jikke kreeg dus haar Elfstedenkruisje en moe was ze helemaal niet, want bij het bal na de prijsuitreiking danst ze tot verbazing van de aanwezigen gezellig tot in de late uurtjes met de heer J.B. Hubrechts uit Cambridge in Engeland, die net als zij in Sneek van het ijs moest.

Bron: KNSB/natuurijsschaatsen.nl

Derde op 27 januari 1917

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*