Verslag van Elfstedentocht 1997 van Hans Sterrenburg

De 15e Elfstedentocht 1997

hans sterrenburg 1image002

EEN BJUSTERBAARLIK BARREN

Geschreven door; Hans Sterrenburg.

Het is 21 december, en volgens de kalender begint dan de winter. Maar meestal trekt hij zich daar niets van aan. Maar deze keer houdt hij zich er keurig aan. Vanaf die dag vriest het dat het kraakt. Op 23 december worden de eerste sloten verkend, en op 24 december rijden we al via Berkenwoude naar Gouderak. Tijdens de kerstdagen kijken de rayonhoofden verbaasd van hun kerstdiner op. Want als ze naar buiten kijken zien ze hele horden schaatsenrijders voorbij trekken op hun elfstedentraject. Het klinkt bizar, maar na één week vorst begint de pers zich al te roeren, ze kunnen het niet laten, volgen hen moeten de rayonhoofden maar eens bij elkaar komen.Het parcours schijnt er prachtig bij te liggen. Wat nodig is, is vorst heel veel vorst. Het lijkt of we het dit jaar gewoon kunnen bestellen, want het komt gewoon. Het vriest de komende dagen 24 uur het klokje rond, van min 10 tot min 20 in Eelde. Maandag 30 december wordt het N.K. verreden in Ankeveen. We rijden wel wat tochten, maar als het zo door gaat komen we wel met heel weinig kilometers in de benen aan de start in Friesland. Oudejaarsnacht vriest het min 15 graden, en op 1 januari weet Henk Kroes het al de tocht gaat waarschijnlijk door, hij weet alleen nog niet precies op welke dag, tenminste dat zegt hij. Ik zelf gok op zaterdag 4 januari. Op donderdag 2 januari 1997 spreekt Henk Kroes de historische woorden “t giet oan”, en inderdaad op 4 januari zal de 15e elfstedentocht verreden worden. Een jaar lang ben ik ontzettend kwaad geweest op die Henk Kroes, omdat hij het in zijn hoofd haalde om dood leuk voor de camera’s te vertellen dat de tocht op 9 februari 1996 gehouden had kunnen worden, tjonge wat was ik kwaad op die man. Maar na de toverwoorden “t, giet oan” ebt de boosheid langzaam weg, en maakt plaats voor een gelukkig gevoel. Ik ben een bofkont, na de tochten van 1985 en 1986 mag ik er voor de derde keer bij zijn, bij dit alles overtreffende heel Nederland gekmakende schaatsspektakel.Dus rijden we vrijdag 3 januari richting Friesland. Met we bedoel ik mijn broer Sjaak, de ingelote potentiële deelnemer Adrie van Buren, mijn vrouw voor de verzorging, en ik. Het eerste wat we doen in Leeuwarden is onze startkaart afhalen natuurlijk. We horen onderweg in de auto op de radio dat de computer in de frieslandhal hapert en dat er lange rijen rijders ontstaan. Maar als we in de hal aankomen zijn de problemen opgelost. Onze barcode wordt van de ledenkaart afgelezen, en op het computerscherm verschijnt; Hans Sterrenburg lidnummer 4091 rijdend lid, contributie voldaan. Dan vergelijkt de strenge controleur mij nog even met de pasfoto en ik word goedgekeurd. Even later sta ik dolgelukkig in mijn hand met het op dit moment felst begeerde kleinood in Nederland, namelijk een startkaart voor de tocht der tochten. Aansluitend worden elfsteden souvenirs gekocht, en een bezoek gebracht aan het natuurlijk helemaal in elfstedengekte verkerende centrum van Leeuwarden. Om 16.00 uur hebben we een vrolijk weerzien met onze Friese mem en heit, ons Friese gastgezin waar we sinds 1985 gastvrij worden onthaald vertroeteld, en verwend. Natuurlijk zorgen ze bij het avondeten voor de broodnodige koolhydraten in de vorm van bami. Maar naar mate de avond vordert komen de kriebels. Alhoewel dit na twee echte en zeven alternatieve elfstedentochten een routine klus zou moeten worden stijgt de elfstedenkoorts met de minuut. Broer Sjaak neemt rigoureuze maatregelen en laat zich de door de friezen aangeboden berenburger goed smaken, ik denk dat hij wel goed zal slapen. Bij mij komt er weinig van, onrustig lig ik te woelen en buiten is te horen dat de nacht van Leeuwarden in volle gang is. Blij ben ik als om halfvijf de wekker afloopt en ik er uit mag. Aankleden, ontbijten, en even op de t.v. naar de start van de wedstrijd kijken. Maar daarna zijn we zelf aan de beurt, we laten ons naar de start brengen en moeten dan nog helemaal achter de frieslandhal doorlopen naar de start tent. De tent is neergezet na de brand in de frieslandhallen, en in die tent stonden gisteren honderden runderen te schijten, dat is nog goed te ruiken. Maar als we bij onze startkooi aankomen is het even schrikken de kooi is leeg, ze zijn iets eerder gestart dan gepland, en we moeten achteraan sluiten bij de volgende startgroep. Hevig balend laten we onze controle kaart afscheuren. Na enige minuten, het lijken wel uren proberen we met duizend man tegelijk door de veel te smalle uitgang te komen. We zijn gestart voor de 15e elfstedentocht. We lopen dribbelend dan weer wandelend door een dikke haag van publiek die ons hartstochtelijk toejuichen. Als we het traject van bijna twee kilometer hebben afgelegd komen we bij de zwette. Het is er reusachtig druk, en een groot t.v. scherm houdt het publiek op de hoogte van de wedstrijd. We trekken onze schaatsen aan, en gooien onze schoenen op de zo bekende grote hoop. En we beginnen aan onze derde elfstedentocht. Een paar honderd meter tot aan de Boxemerdam is het parcours verlicht. Maar dan achter het viaduct wacht ons een groot zwart gat. We zijn op weg naar Sneek met de wind in de rug. Het eerste wat mij opvalt is dat veel rijders bang zijn, bang voor scheuren, vallen, en materiaalpech. Wij niet! We passeren heel veel rijders, en leuk om te zien is dat juist rijders met een lamp langzaam aan de rechterkant rijden, en wij zonder lamp er aan de linkerkant voorbij schieten. Heel wat boeren hebben weer hun best gedaan en al hun rijdend materiaal met de koplampen op het ijs gericht. We komen door het mooie ijs en de harde wind vroeger dan ooit in Sneek aan, het is 07.35 uur.In Sneek moeten we verschillende keren van het ijs, maar bij de Sneekerpoort mogen wij nog wel over het getransplanteerde wak heen. Het is maar vier kilometer naar IJlst, en daar aangekomen rijden we een verlicht sprookje binnen. Fakkels op het ijs, prachtige feest verlichting langs de kade, om 07.50 uur halen we ons tweede stempel en spoeden ons langs Woudsend richting Sloten. Nou ja, richting, ongeveer dan, op het Slotermeer ligt in tegenstelling tot de vorige keren mooi zwart ijs. Maar hoe zet je daar nu een parcours op uit. Ze hebben met wat takjes een poging gedaan maar niemand ziet ze in de donker staan. Dus waaieren we breed uit over het Slotermeer. Om 08.30 uur rijden we het prachtige stadje Sloten binnen. Tot zover gaar alles goed, we hebben geen last van de kou, en tot nu toe alleen maar voordeel van de harde wind. We rijden onder de verlichte bruggen door, natuurlijk aangemoedigd door honderden mensen. Na de laatste brug krijgen we een voorproefje van wat ons de rest van de dag te wachten staat. De harde wind staat vol op de kop en de snelheid zakt meteen tien kilometer terug. Gelukkig duurt het niet lang, want we slaan linksaf richting Stavoren. Daar zeilen we om 09.33 uur binnen. Het is intussen licht geworden, en bij de stempelpost ontmoeten we twee andere broers uit Schoonhoven n.l. de gebroeders Faay. We moeten toch toevallig dezelfde kant op, dus rijden we een eindje met ze op. We hebben tot nu toe 66 km. de wind mee gehad, maar als we buiten Stavoren langs het IJsselmeer rechts afslaan is het gebeurd, alsof we tegen een muur aan rijden. Toen we nog voor de wind gingen kon je nog een beetje rechtop rijden om zo veel mogelijk voordeel uit de wind te halen. Maar nu moet je diep in elkaar duiken en vol afzetten, diep in de beugel dus. Al gauw zoekt iedereen elkaar op, en er worden treintjes gemaakt, en in lange brede waaiers wordt er om beurt op kop gevochten tegen de wind, maar gelukkig gaat de wind vanmiddag liggen hebben ze ons beloofd. Zo bereiken we om 10.12 uur Hindeloopen. Negen kilometer en 18 minuten later hebben we ook het stempel van Workum. We eten en drinken wat, in mijn buideltasje zitten lekkere zoete timbola’s, en in mijn bidon onder mijn jas ( om het bevriezen tegen te gaan) zit een isotone drank. Ik heb het ondanks de koude snijdende wind nog geen seconde koud gehad. Dat kan ook haast niet want ik heb een kop als een boei, en ik ben helemaal in thermoskleding gehuld. Thermossokken, thermosonderbroek, thermoshemd, trui enz. enz. ik voel mij knap geïsoleerd. We zijn op weg naar Bolsward dat ligt precies op 100 km. De helft dus. Alwaar wij een afspraak hebben met mijn vrouw voor het aanreiken van nieuwe proviand. Afgesproken wordt dat we er tussen 11.00 uur en 11.30 uur passeren. We zijn keurig op tijd en Marian staat op de goede plek. Even terug naar 1986, toen hoorde we namelijk van een vakantieganger dat hij ons op de Spaans t.v. had gezien. We worden ook nu weer uitgebreid gefilmd door een cameraploeg en van top tot teen opgenomen tijdens onze stop in Bolsward. Als we vragen voor welke omroep het is zeggen ze tot onze stomme verbazing! wij zijn van de Spaanse t.v. We nemen afscheid van mijn vrouw, ons Friese gastgezin, en van de Spaanse t.v. en vervolgen onze weg naar Harlingen. Daar arriveren we om 12.30 uur schafttijd dus. Dat is goed te merken, langs de kant staan niet zoveel mensen meer, behalve op de twee bruggen die zijn afgeladen, en op het ijs speelt een dweilorkest met vrolijke muziek. We stempelen, schieten onder de bruggen door, zwaaien naar het publiek, en we zijn op weg naar Franeker Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan! Er zit inmiddels 120 km. in de benen, de wind nog altijd koud en hard (maar gelukkig gaat hij vanmiddag liggen) en mijn schaatsen zo bot als mijn kont. Want al is het ijs overal nog zo dik en zwart, er ligt overal stof zand en vuil op. Maar op sommige plekken is het wel heel erg. Hadden we in Sneek nog last van de actiegroep Hak een Wak, op dit stuk lijkt het wel een actie van de groep, Val een buil in zand en vuil, want dat doen er veel. De harde wind heeft dit stuk veranderd in één grote zandplaat, het lijkt wel of we op de veluwe rijden. Struikelend, strompelend, proberen we overeind te blijven, het lukt ons wonderwel. Nog even het zo bekende tunneltje bij Franeker door, en dan rijden we richting centrum.Uit ervaring weten we inmiddels welk een onthaal ons hier te wachten staat. In de verte horen we al het feestgedruis, nog een paar bruggen onderdoor en dan……..Een uitzinnige feestende en zingende menigte juicht ons toe. Heel Franeker heet ons hartelijk welkom. Maar met mijn armen maak ik het gebaar dat het nog wel wat harder kan, een orkaan breekt los, ze zijn door het dolle heen en ik zwaai en applaudisseer terug naar het publiek.We halen om 13.30 uur ons wel verdiende stempel. We zeggen tegen een medewerker van radio Franeker dat hij het publiek moet bedanken namens de gebroeders Sterrenburg, hij zegt dat hij het meteen zal doen. We schaatsen al zwaaiend onder de bruggen door en we verlaten Franeker. Het is maar goed dat we niet weten wat er komt, we hoeven nog maar 70 km. waarvan 47 km. naar Dokkum, het zullen niet de lichtste worden: Het eten en drinken is alweer op, en het grote lichaam van broer Sjaak schreeuwt om voedsel. We stoppen dan ook bij verschillende ‘koek en zopie’s om warme thee of chocolademelk in te slaan. Als we even later weer verder schaatsen hoor ik achter mij een klap, als ik achterom kijk licht mijn broer Sjaak roerloos op het ijs. Visioenen spoken door mijn hoofd, ‘brancard, ziekenhuis’, maar gelukkig staat hij weer op en klaagt wat over zijn zere arm. En ik denk maar weer eens wanneer gaat die kolere wind nu eens liggen. En dan moet het beruchtste stuk nog komen, n.l. de Blikvaart geheten. Nog nooit lag er normaal ijs, in 1985 lag er kwalsterijs, in 1986 ijs in de vorm van een dakprofiel, wat zal er dit jaar liggen? Ik word al snel uit de droom geholpen. Het wordt dit jaar zelfs aangekondigd. Op een bord staat “ 5 km slecht ijs”. Het blijkt geen loze kreet, in het midden barst het van de scheuren, en aan de kanten is het ijs vies geel en erg stroef geworden. Zo te zien komt de gele drab uit de drainage pijpen. We proberen de scheuren en stroeve drab zo veel mogelijk te ontwijken, en we zijn blij als we linksaf slaan de Oude Ried op, en daarna de Finkemervaart richting Bartlehiem. Ik verlang wel weer een beetje naar de bewoonde wereld met wat beschutting tegen de wind en mensen die je aanmoedigen. Er komt geen eind aan die Finkumervaart, nog even doorzetten en het beroemdste bruggetje van Nederland komt in zicht. En we worden weer als helden onthaald. Ze juichen en schreeuwen ons toe dat we het gaan halen. Nog maar 12 km. naar Dokkum, het lijkt zo dichtbij. Maar langs de Dokkumer EE staan weinig bomen en huizen, dus de wind giert om je oren. Als we achterom kijken zien we dat we nog maar met z’n tweeën rijden en met z’n tweeën is het tegen deze wind haast onbegonnen werk. Maar straks zal er wel een treintje langs komen, het treintje naar Dokkum. Het valt niet mee, het ene treintje gaat te snel, een andere te langzaam. Zo springen we van het ene naar het andere groepje, toegeroepen door enthousiaste friezen die al kilometers lang staan te liegen dat het nog maar vier kilometer is. Maar dan toch eindelijk doemt in de verte de molen van Dokkum op.De bruggen waar we onderdoor moeten zijn hoog, of staan omhoog, maar volgepakt met mensen. We weten ook hier wat ons te wachten staat, maar het verrast je voor de derde keer. Als we onder de laatste brug door zijn breekt er een orkaan los, duizenden mensen zitten weer opgestapeld langs de kade. En als ik hetzelfde gebaar maak als in Franeker dat het wel wat harder kan ontploft Dokkum. En ik sta voor de derde keer te janken in Dokkum. We nemen even plaats op een bankje en genieten met volle teugen van het uitzinnige publiek dat zijn elfstedenhelden eert. Het begint al te schemeren, het is 16.45 uur en nog maar 24 km. voor de wind naar Leeuwarden. Het afscheid van Dokkum is een ware triomftocht. We worden Dokkum uitgeblazen door de harde noordooster. Wat kan ons nog gebeuren we zijn op weg naar de alles verlossende gele streep op de Bonke. Door de sterke wind gaan we harder en harder, maar dan ineens blijft mijn rechter schaats steken, ik blijf nog net overeind, maar het leed is al geschied. Ik ben met mijn schaats over een stuk steen of ijzer gereden, want mijn rechter schaats doet niet meer mee. Ik worstel nog een paar kilometer verder maar het gaat niet meer. Bij een groepje mensen laat ik er even naar kijken, en ze proberen de braam er af te krijgen. Maar als ik het weer probeer gaat het nog niet veel beter. Ik moet naar de kant. Gelukkig zie ik een tent waar ik even mijn schaats uit kan trekken. Als ik de onderkant van het ijzer goed bekijk lijkt het wel een zaag, allemaal tandjes. Ik ga nu met een braamsteentje mijn schaats bijslijpen, bot en rond zijn ze toch al, als die vervelende bramen er maar af zijn. In de tent is het gezellig, we zijn de enige elfstedenrijders en worden stevig ondervraagd, en krijgen een kop snert aangeboden. De snert is loeiheet en na een paar happen zegen we beleefd dat we verder moeten want de klok tikt voort. De bramen zijn eraf en we komen alweer in de buurt van Barthlehiem. Onder luid gejuich gaan we linksaf naar Oudkerk waar we de laatste van de drie geheime controles vinden. Dat is geen stempel, maar een knip in je kaart. Ik geef de man in controlepost een hand, en bedankt in hem alle vrijwilligers die het deze dag veel kouder hebben gehad dan wij. Nog maar 8,5 km. voor de wind, maar daar hebben we niet veel aan want we kunnen niet hard rijden, want door de felle lampen op de Bonkevaart worden we compleet verblind. Het is inmiddels donker en de felle lampen schijnen recht in je gezicht. Sommige rijders schieten links en rechts het weiland in. Als we voor ons iemand horen vallen kunnen we hem maar net ontwijken. Maar goed, het einde is letterlijk in zicht, we volgen gewoon het licht. En zo komen we op de Bonkevaart terecht. Voor de laatste maal nemen we het applaus in ontvangst en glijden we zij aan zij om 18.05. uur over de finish. Nog even het laatste stempel halen en de tijd laten noteren. Daarna worden we in bussen geladen en terug gebracht naar de frieslandhal die aan de andere kant van de stad ligt. In de bus beuren en verschillende dingen, de één begint metéén met vissers c.q. schaatsers Latijn, een ander zegt dat hij gemakkelijk nog een rondje zou kunnen. Maar de meeste zijn stil, ze rijden de tocht nog een keer in gedachten, denken terug aan dat fantastische publiek. Aan een dag met het mooiste schaatsfeest zonder weerga. Een dag vol heroïek, het vechten tegen de wind, het niet toegeven aan je vermoeidheid. Een dag vol topsport eerlijk en clean. Het was een bjusterbaarlijk mooi barren

Index

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.