Verslag van Cees Groenewoud. (deelnemer 97,86,85 en 63!) van Elfstedentocht 1997

Vier keer heb ik de elfstedentocht gereden. Voor het eerst in 1963 toen ik twintig was. Daarna 22 jaar later in 1985 en een jaar later in 1986 weer. Nu de laatste keer dit jaar. Het is een zo unieke ervaring dat ik dit keer de tocht zo goed mogelijk beschreven heb om vast te houden hoe het deze keer was. Niemand weet wanneer de volgende tocht komt. Over een of over tien jaar, wie zal het zeggen. Graag zal ik weer mee doen.

Cees Groenewoud,  Breda 23 februari 1997.

DE ELFSTEDENTOCHT Vrijdag 3 Januari 1997

Vroeg opgestaan. Een weekend tas vol spullen en voedsel. Gerda maakt ontbijt voor zover dat met een arm in het gips gaat. Het is nog aarde donker om zeven uur. Morgen dus ook. Veel krentenbrood in zilverfolie en al die andere opkikkers zoals Twixen, druivensuiker en fruit voor onderweg. De schaatsen en de rugzak mee. En een enorme hoeveelheid kleding want koud zal het in elk geval zijn. Ik ga keurig in m’n blazer want vanmorgen eerst nog naar de verkoopvergadering in motel de Buunderkamp bij Arnhem. Om acht uur vertrek. Gerda achterlatend. We houden kontakt met de diverse mobiele telefoons. Voor Piet Hein heb ik gisteravond een telefoontje bij Harm opgehaald. Ik heb de telefoon van Export. Het was een drukke avond. Ik heb Frans Froger nog gebeld. Hij gaat weer. Frans heeft een nummer in de 18 duizend net als Piet Hein. Maar hetzelfde verhaal, veel te weinig getrained. Hij slaapt in Stavoren want ons gemeenschappelijke adres uit 85 en 86 is verhuisd naar Arnhem. Hij maakt mij attent op thermo-ondergoed tegen de kou. Om vijf voor negen bel ik naar de sportzaak en om negen uur, net opsluitingstijd kan ik nog twee thermo onderbroeken bemachtigen. De TV geeft het laatste nieuws. Het wordt zwaar door de harde wind en de koude. Goed beschermen en invetten tegen bevriezen. Piet Hein is nog in Noordwijk en we hebben telefonisch kontakt. Dimmy Bunnik meldt om half tien dat we continue in gesprek zijn en dat Piet Hein ons probeert te bereiken. De hoorn lag er naast! Piet Hein heeft twee paar “overschoentjes” gekocht. We spreken af voor morgen. Goed slapen!

Ruimschoots op tijd rijd ik naar Arnhem. De autoradio laat het laatste nieuws over de tocht horen. Eigenlijk gaat het nergens anders meer over. Alles is Elfstedentocht. Tips, interviews en alles wat ermee te maken heeft. de gekte slaat volledig toe. Over een ding is men het eens het wordt zwaar. De tocht komt altijd onverwacht en ongelegen zeker nu met echt weinig training. Door de vakantie op Schier heb ik een week verloren moeten laten gaan. Al met al stond ik op 28 december ‘s morgens voor het eerst op de schaats op IJsvermaak. Een eerste uur met pijn in m’n voeten. ‘s Avonds weer met Piet Hein. Het noodlot sloeg na een halfuur toe Gerda breekt haar pols en we brengen de avond verder in het ziekenhuis door. Gerda met een linkerarm in het gips. Wat een ellende.
De volgende ochtend met Piet Hein naar Stolwijk voor twee rondjes van 25 km. Het ijs is goed en het gaat redelijk en we schaatsen probleemloos. Ik kan nog wel wat meer.
Maandagavond alleen naar IJsvermaak voor anderhalf uur. Dinsdag 31 december oudejaarsdag met Piet Hein naar Nieuwkoop. We schaatsen 90 km zonder probleem. Bij het eindpunt komen we Geert Jan Bakker, de coach van Piet Hein tegen. Woensdag nieuwjaarsdag wordt er veel over de tocht gesproken. Radio en TV geven continue nieuws. Kroes zegt dat er morgen op 2 januari een aankondiging komt. Het is nog niet zeker wanneer, op zaterdag of op maandag. Dat de tocht verreden wordt lijkt nu wel zeker. Wij hopen op maandag om nog wat te kunnen trainen. Donderdag moet ik naar de zaak om de bijeenkomst van vrijdag voor te bereiden. In de Mercedes garage hoor ik via de radio dat de tocht zaterdag door gaat. Ik kan nauwelijks wachten tot mijn auto klaar is want ik wil naar het ijs en schaatsen. ‘s Middags ga ik naar de Alblasserwaard en schaats 50 km. Prachtig weer weinig wind. Het loopt goed. Al met al schat ik dat ik zo’n 200 km gereden heb in de laatste zes dagen. Eigenlijk veel te weinig. Vorig jaar toen de tocht bijna doorging stond ik al op 350!! Het doel is eigenlijk om 400 km in de voorbereiding te rijden. Piet Hein heeft niet veel meer gereden.

Ik kom mooi op tijd in Wolfheze aan. Er ligt sneeuw. Om een uur pik ik Piet Hein op bij het station in Arnhem. Wolheze Arnhem is twintig minuten dus om half een uit de vergadering. In het hotel laat ik de trajektkaartjes van de vorige tocht verkleinen om beter mee te kunnen nemen.
De vergadering gaat redelijk. Ik ben er onvoldoende bij. In gedachten bij de tocht. We praten er met z’n allen over. Bij het vertrek krijg ik een door allen getekende aanmoedigingswens mee. Erg leuk. Maar het verplicht wel. Ik zal m’n best doen en zie wel hoe het gaat.

De trein komt aan en ik wacht Piet Hein op het perron op. Ook een weekend tas vol spullen. Daar gaan we dan op weg naar Friesland. Liesbeth komt morgen met Michiel, Harm ,Lodewijk en nog meer vrienden van Piet Hein. Hij is de enige die mee doet en dan nog wel voor de eerste keer.
We luisteren naar de autoradio. Onderweg bellen we het thuisfront. Gerda is continue in gesprek en Liesbeth is niet thuis dus het antwoordapparaat.
De reis verloopt tot Heereveen voorspoedig. dan wordt het al aanzienlijk drukker en bij Leeuwarden staan we echt in de file. De rondweg zit stamp vol. Via een woonwijk komen we bij het FEC (Friesland Expo Center). Vroeger de Frieslandhal maar die is deels afgebrand. Het is er met het verkeer nogal chaotisch, toch parkeren we dicht bij de hal. We zijn er om kwart voor vier. Buiten is het bitter koud en er is veel wind! Het is er een drukte van belang. Allemaal deelnemers en supporters dik ingepakt met mutsen en tassen en veel rugzakken. De inschrijving is goed geregeld. Eerst legitimeren met het elfstedenpasje en dan op nummer inschrijven. Honderd gulden is het inschrijfgeld. We krijgen als rijder een oranje armband om ons van de zwartrijders te onderscheiden. Piet Hein is ook klaar.
Dan op zoek naar het bureau huisvesting. Midden in de hal is het gevestigd! Al snel hebben we een adres in de Potgieterstraat. Dat blijkt vlak naast het FEC te zijn het kan haast niet mooier. We telefoneren naar de familie Oele en we zijn welkom. Eerst kijken we nog rond in de hal. Friese souvenirs en voedsel, drank die niet bevriest! We eten nog wat en kijken bij de wedstrijd rijders waar Erik Hulzebos zich net inschrijft. Ook Bart Veldkamp met zijn vader zijn er. Ik zoek buttons als souvenir net als in 85 en 86 maar ik kan ze niet vinden. Piet Hein koopt een Elfsteden Tshirt met de route, schitterend.

Om vijf uur gaan we naar ons gastgezin. We parkeren de auto voor de deur. Het is werkelijk vlak bij de hal. De auto kan hier blijven staan want die hebben we toch niet nodig. We kunnen te voet naar de start.
De familie Oele wacht ons op. Onze gastvrouw en drie kleine kinderen willen die schaatsers wel eens zien. De hele dag hebben ze gewacht! Overal in de straat waren al schaatsers. Waarschijnlijk oude bekenden van de vorige tochten. Want een goed adres laat je niet gaan. Er was op gerekend dat wij slaapspullen bij ons zouden hebben. Maar het komt allemaal voor elkaar. We hebben een zolderkamer en slapen op matrassen op de grond. Met al onze spullen kunnen we er maar net in. Ik heb pijn in een spier in mijn rechterkuit. Met Midalgan masseer ik het flink want dat kan anders niet. We eten macaroni om de koolhydraathuishouding verder te versterken.
Uit de auto bel ik met Gerda. Vooral geen rugzak mee nemen heeft men gezegd. Bang makerij van het thuisfront. Martijn is in Breda aangekomen om het gehandicapte thuisfront te helpen. Met de beste wensen en veel sukses nemen we afscheid. Via het telefoontje zal morgen voor de communicatie zorgen. Piet Hein belt met Liesbeth en mag ook al geen rugzak meenemen!! Om tien uur gaan we slapen nadat we een keuze voor de kleding gemaakt hebben. Ik heb nog even overwogen om in het Tensonjack te gaan rijden, maar ik kan me dan nauwelijks bewegen. Veel lagen dus veel wielrenshirts en jacks over elkaar.

Zaterdag 4 januari 1997 “de dag van de vijftiende elfstedentocht”

‘s Nachts om drie uur wordt ik wakker. Piet Hein ligt lekker te ronken. Ik hoor de wind langs het dak gieren. Dat belooft niet veel goeds. Maar het is nog geen ochtend. Ik kan de slaap niet meer echt vatten en doezel maar wat. Om half acht mag ik starten en om zeven uur moet ik me melden. Om zes uur moet ik opstaan. Kwart over vijf is ook Piet Hein wakker. We horen de helicopters die bij de start van de wedstrijdrijders rond vliegen. De start is om half zes. De wind is nog gierend aanwezig. Om zes uur op en aankleden. Wassen en scheren en dan inpakken. Maar eerst uierzalf op mijn voeten en de “edele delen”. Het thermo ondergoed zit prima en dan maar laag na laag opbouwen. Met zoveel kleren is het niet makkelijk bewegen. Als ik klaar ben moet ik naar de wc. Toch maar doen dus weer uitpakken. Piet Hein is naar beneden TV kijken. Ik neem maar een beetje voedsel mee in mijn rugzak. Al met al is het toch al een zware bepakking. Het plastic hoesje voor de controlekaart om mijn nek met daarin de diverse telefoonnummers en het eerste voedsel in mijn geletrui met zakken. In de rugzak zit van alles. Een extra windbreaker (rood), extra handschoenen, een vuilniszak,een zaklampje, extra batterij voor de telefoon,twixen,krentenbrood,roggebrood, de schaatshoesjes en nu nog de schaatsen.
Beneden staat de TV aan ik zie een flits van de wedstrijdrijders in het donker. Hulzebos ligt voorop! Het ontbijt staat klaar ik kan eigenlijk geen hap door mijn keel krijgen. Ik ben bloednerveus. Een bord Brinta gaat er goed in. Het is lang geleden dat ik dat gegeten heb.
We spreken af dat we om de batterijen te sparen om een uur zullen bellen en daarna om de twee uur. Piet Hein belt mij. We wensen elkaar veel sukses en om tien voor zeven loop ik de Potgieterstraat uit op weg naar de start.

Ik moet helemaal om alle gebouwen heen lopen en achter het FEC om gaan om bij de starthal te komen. Het is er donker en vol met schaatsers. Ik vind met enige moeite mijn startsluis en loop nog langs een stel koeien die in de hal staan en de drukte gadeslaan (zeker te vroeg voor de veemarkt). Bij de sluis veel gedrang. Ik heb moeite met mijn controlekaart. Bij het inschrijven hebben we een elastiek gekregen. Daar maak ik mijn kaart aan vast en dan in het plastic(viltstiften)hoesje en dat weer opgeborgen onder mijn truien. De kop van de kontrolekaart gaat in een bus en ik kan vrijwel direkt doorlopen. Bij de uitgang van de hal staat hoe kan het ook anders Erika!!! sukses mannen geweldig hoor. Daar loop ik dan voor de vierde keer rennen is er niet bij. Er is een massa mensen in het donker op de been. Veel geroep en geschreeuw en sukseswensen. Onderweg wordt er een beetje gepraat. Dan eindelijk bij het ijs. Onze gastheer Oele heeft gezegd dat er veel licht is en veel zitbanken. Er blijkt ook een Videowall te zijn maar ik heb er niet op gelet. Eindelijk op het ijs. Het aantrekken van mijn schaatsen en vooral van de overschoentjes kost me veel moeite. Maar het zit perfect. Ik bel even naar Oele om te zeggen dat Piet Hein eerder weg moet gaan omdat hij dan eerder kan starten. En dan om kwart voor acht op de schaats.!
Veel mensen veel gejuich en aanmoedigingen en onder het viadukt door de Zwette op het donker in. Het ijs is prachtig. De wind is in de rug, voorzichtig en relaxed gaan de eerste honderden meters voorbij. Het slijpsel van het ijs waait voor de wind vooruit. Geleidelijk kom ik in een rustig ritme. Ik haal in en wordt ingehaald. Kleine groepjes en enkelingen beginnen aan de tocht richting Sneek. In het donker valt het zicht nog mee. Hier en daar licht langs de kant. Goed opletten op de scheuren en naden in het ijs. Ik schaats lekker alleen vind ik het niet warm. Eigenlijk voel ik de kou overal doorheen. Vooral mijn schouders zijn koud. Hoe moet dat straks tegen de wind in denk ik. Alleen een extra windbreaker heb ik bij me in mijn rugzak. Het gaat lekker zo. Het eerste stuk is recht voor de wind. Onderweg staan een stel traktoren met de lichten op het ijs gericht. Bij het eerste dorp staan al friezen te schreeuwen en aantemoedigen. Ik krijg het er koud van! Ik houd een goed tempo en begin mijn voeten te voelen. Maar het is nog zo ver dat ik daar niet echt mee bezig ben. Een plan voor een eerste rust of iets dergelijks heb ik dit keer niet gemaakt. Wel wil ik zonder veel moeite in Stavoren zien te komen want daar krijg ik de wind tegen. Als ik in de buurt van Sneek kom wordt het al lichter. De eerste controlepost van Sneek ligt buiten de stad. Om even over halfnegen ben ik er. Ik zie op de rondweg de rijen met bussen staan maar die worden niet gebruikt. Ik hoop dat Piet Hein ook door kan rijden. In Sneek de eerste kluunplaats met massa’s mensen. Zeer indrukwekkend. Een prachtig stadje. De tweede kluunplaats is aan de linkerkant. Bij elke kluunplaats staan veel mensen te wachten op bekenden,want iedereen moet er langs en staan dan vrijwel stil. Hoe laat bent U gestart? dat wordt steeds gevraagd om na te gaan hoelang er nog op bekenden gewacht moet worden. Door de stadsgracht gaat het verder op weg naar Ijlst. Altijd een klein stukje 4 km en dan alweer een stempelpost. Het ritme is goed. De wind is nu af en toe opzij en laat zich zeer geweldadig aanvoelen. Ik rijd onder de brug van de snelweg door waar Gerda en ik vorige week vrijdag overheen reden toen we van Schier naar de afsluitdijk reden. Er werd toen al heerlijk geschaatst en ik zei: “dat is een stuk van de Elfstedenroute”, niet te weten dat ik een week later zelf aan de tocht der tochten deel zou nemen. Dit is een prachtig stuk. Ik geloof dat het water “de wijde wijmerts”heet. Wat verder begint het Slotermeer. Bij zijwind ga ik in een treintje rijden. Dat wil iedereen blijkbaar. Het ijs is nog steeds heel goed. Wel scheuren maar over het algemeen hard ijs. Het vriest natuurlijk hard waardoor het minder slijt. Op weg naar Sloten gaat de route voor een deel langs de rand van het meer. Daar gaan we schuin tegen de wind in. Hard waait het en ik probeer zoveel mogelijk uit de wind te rijden ook al lukt dat soms maar gedeeltelijk.

Na een aantal kilometers worden we het meer op gestuurd. Er staat een auto op het ijs en daar moeten we rechtsaf. Gelukkig weer even wind in de rug. Het ijs is nu prachtig zwart. Ik schaats op techniek en krijg het zalige gevoel van het glijden achterop de schaatsen. Een heerlijke snelheid. En nog steeds haal ik mensen in en wordt ik ingehaald. Diepzittende treintjes met schaatsgeweld schieten soms voorbij. Het is zwaar bewolkt. In de verte zie ik het lint schaatsers vanuit Sloten richting Gaasterland gaan. Het is een mooi orientatiepunt. Bij Sloten draait een molen op de kracht van de wind. De derde stempel is binnen en het gaat verder door de stadsgracht van Sloten met verlichte boogbruggetjes. Sprookjesachtig. Veel mensen veel aanmoedigingen. Ik stop voor het eerst bij een koek en zoopie om voor 1,50 een bekertje thee te bemachtigen. De rest van de dag betaal ik volgens mij nergens meer. Hete thee en daarna een Twix en weer verder Sloten uit. Je ziet dan altijd de tegemoet komende schaatsers en ik denk dat heb ik al gehad. Verder linksaf voor de wind over het slotermeer. Piet Hein zal nu gestart zijn en op de Zwette rijden. Ik ben benieuwd hoe het hem vergaat.

Met de wind achter over keihard zwart ijs op een meer, het is geweldig. Heerlijk de schaatsen laten glijden en dan op weg naar Stavoren. Als we het slotermeer verlaten is er een geheime controlepost nog voor Balk. Die heb ik hier niet eerder meegemaakt. Meestal was er een bij Oudkerk vlak voor Leeuwarden, maar daar zijn we nog lang niet. Ik rijd door het Gaasterland in. Balk is altijd prachtig. Enthouasiaste mensen en die kaarsrechte vaart die door het dorp loopt. Verder de Luts af naar het zuiden. In het Gaasterland schaats je zeer beschut door alle bomen die er zijn. De Luts is smal er is een baan geveegd. Het ijs is niet zo goed door de bomen er boven. Er zitten veel scheuren in. Na een paar kilometer maak ik mijn eerste val door een scheur. Gauw weer opkrabbelen en verder. Toch voel ik het. Onder het schaatsen sla ik de sneeuw van mijn broek en trui. Ik heb voor het eerst mijn wittekniebeschermers van buiten over mijn schaatsmaillot gedaan. Ze beschermen goed door de val zijn ze verschoven ik kan de nu gemakkellijk goed doen. Door de scheuren komt er hier en daar water. Als Piet Hein hierlangs komt zal het veel slechter zijn. Ik voel mijn voeten maar vooral mijn hielen doen pijn door de schoenen. Die oude schaatsen van mijn vader rijden vandaag voor de derde keer een elfstedentocht, ze zijn oud en de scheuren zitten naast de bussen.

“We doen het voor Opa” zei Piet Hein gisteren in de auto. Gek dat ik dat ook gedacht heb. Wat zou Opa het mooi gevonden hebben en wat zou hij trots op ons geweest zijn. Dat juist die man dat nooit zelf gedaan heeft. Altijd was er wat, het kon nooit!

Doorschaatsen daar komt het op aan. Door de begroeing heb ik weinig last van de wind. Aan het eind van de Luts kom ik weer op een meer. Het is het onderste stuk van de Fluessen. Door de eerdere tochten ken ik veel van de route. Ook de brug bij Warns, die op zo veel elfstedenfoto’s staat herken ik weer. Ik schaats er keihard onderdoor vanwege de sterke rugwind. Op de Morra bel ik voor het eerst naar Breda. Martijn neemt aan. Gerda heeft hoofdpijn en ligt in bed. Het is kwart voor elf. Het telefoontje werkt prima. Glashelder alsof je op de bank zit. Ik schaats in volle vaart over het meer en doe Martijn verslag. Op die grote ijsvlaktes is er geen baan uitgezet dus we waaieren uit elkaar. Allemaal op weg naar Stavoren. Daar komt de wind tegen. Ik heb het gevoel dat daar de elfstedentocht echt begint.

Stavoren is altijd verder dan je denkt. Eerst kom je in Warns dan denk je dat je er al bent. Een paar kilometer verder is het dan. Altijd de boten die er bevroren en wel bij liggen en de controlepost. Het vierde stempel staat op de kaart en ook de doorkomsttijd. Die laat ik er steeds bijschrijven. Even voorbij de controle vraag ik een toeschouwer om mijn windbreaker uit m’n rugzak te halen. Ik trek hem over alles heen. Het zit heerlijk en er komt absoluut geen kou doorheen! Ik drink thee en eet wat, en ga dan verder. En dan is de wind er. Ongenadig hard en pal op kop. Ik zoek onmiddellijk een treintje. Hoe langzaam ook maar tegen die wind is geen doen. Het kost zelfs moeite om uit de wind te rijden achter iemand. Iedereen zoekt een groep. Eenlingen rijden er bijna niet. Liever een langzaam treintje dan los rijden. De vaart langs de Ijselmeerdijk loopt pal noordoost tegen de wind. Als ik een kwartier rijd en het langzame tempo voel denk ik aan dat enorme eind dat tot Dokkum tegen wind gaat. Bij dit tempo… niet aan denken doorschaatsen. Door zo uitgekiend mogelijk te rijden en zeer geconcentreerd naar het ijs te kijken en niet te veel vooruit te denken gaat het meter voor meter. Soms valt ineens de groep uit elkaar. Even rechtop. Dan merk ik dat je bijna teruggeblazen wordt. Rustig doormalen en een volgend treintje afwachten. Zo kom ik in Hindeloopen. Stempelen en even iets drinken en moed verzamelen voor het volgende stuk naar Workum. Dezelfde taktiek. Uitgekiend rijden. Treintjes pakken en wel doorschaatsen maar niet forceren. Workum is niet zover en er is een stuk zijwind dat merk je direkt. Er wordt weinig onderweg gesproken. Het is te zwaar iedereen werkt keihard om hierdoorheen te komen. s’Middags zal de wind gaan liggen denk ik maar. Ik reken uit dat ik voor Bolsward Piet Hein aan de telefoon krijg. Hij zal dan ongeveer in Stavoren zijn schat ik.

Vlak voor Workum worden er witte nylon windjacks uitgereikt. Op de rug staat “Molke de Witte Motor”. Nodig heb ik het niet maar ik neem er een aan. Mijn windbreaker is prima. Toch zie ik een aantal rijders dat het jack draagt. In Workum door het mooie stadje met ook hier de ingevroren boten langs de kant. Twee mannen zijn in gesprek over Jopie Huisman en zijn museum hier in het stadje. Vandaag geen tijd om te gaan kijken zeg ik tegen ze. Ik rijd recht op het kerkje af waar Gerda in 86 stond met haar roze jas. In gesprek met mensen. We hebben er nog een foto van. Het was toen zonnig. Nu is het zwaar bewolkt en …wind. Weer wat gedronken en druivensuiker en Twix gegeten. Dan door voor de laatste sprong naar Bolsward op de helft van de tocht. Het tegen de wind in rijden gaat een gewoonte worden. Weinig op kop en zuinig rijden. Krachten sparen voor de rest van de dag. We passeren Parrega. Zo berucht in 63. Hier ging ik met Chris in een cafe. Toen was het zelfs te koud voor koek en zoopies. Ik let goed op de tijd en om vijf voor een zet ik mijn telefoon stand by. Piet Hein belt. Hij is in Stavoren alles gaat goed. Maar nu begint het zegt hij. We spreken af om drie uur weer te bellen. Sukses. Door naar Bolsward. Het is daar altijd een enorme drukte. Zeer veel mensen veel geroep en gezang. Onderweg heb ik gehoord dat Angenent de wedstrijd gewonnen heeft. In Bolsward wordt er gekluund. Ik vraag aan toeschouwers wie tweede en derde was. De meeste weten het niet. Ze staan waarschijnlijk al ueren hier naast de kluunplaats te wachten en te kijken en iedereen aan te moedigen. Bolsward is belangrijk omdat het precies op de helft van de route ligt. En nu nog zo een stuk. En dan … ja dan Leeuwarden… het kruisje, niet aan denken. Als het zo door gaat lukt het denk ik. Even zitten op de wallekant en warme thee drinken. En dan verder. Doorschaatsen naar Harlingen. Dat is een heel stuk, en dan Franeker en dan….dan begint het pas. Hoe eerder in Franeker hoe minder in het donker vanavond, dat gaat steeds door mijn hoofd. Van Bolsward naar Harlingen is naar het noordwesten daarom is de overheersende wind niet tegen maar een zijwind. Ik passeer Witmarsum. Vroeger werd er daar veel gekluund, nu rijden we er doorheen.

Ik rijd een stuk achter twee meisjes aan. Ze rijden erg goed. Mooie noren en veel getrained. Als kerel schaam ik me nergens voor. Niemand herkent me met mijn mutsen en skibril. Onderweg gaan ze drinken en ga ik alleen verder. Ik tref een friese jongen op Zandstra noren met skischoenen. Hij schaatst stevig door. Hij heeft het ook in 86 gedaan. Ik kan hem slecht verstaan door het Fries. Plotseling zegt hij “ik ga even plassen” en hij verdwijnt in het riet aan de kant. Ik wacht niet en ga door. Het schaatsen gaat goed. De mensen hier en daar geven afleiding en stimuleren. Eigenlijk ben je de hele dag geconcentreerd bezig. Turen naar het ijs direkt voor je om scheuren te zien. Of langs je voorganger om het gevaar tijdig te kunnen onderkennen. Toch kijk ik om me heen naar het eerstvolgende dorp. De kerktoren is meestal op afstand goed zichtbaar. Op dit stuk zie ik een man en een vrouw samen schaatsen. Zij achter hem aan,hij houd haar handen vast en trekt haar als het ware. Ik zie ze ook samen vallen. Volgens mij redden zij het zo nooit. Een elfstedentocht is nogal individueel. Harlingen blijft maar weg. Ik denk dat ik er ben maar het is het dorp Arum een paar kilometer ervoor. Maar het komt dichterbij en dan is ook die Friese stad bedwongen. Een grote menigte langs de kanten. De rillingen lopen over mijn rug als ik er tussen door schaats en ze aanmoedigingen schreeuwen. Door de vermoeidheid ben ik emotioneel labiel en krijg ik de tranen in mijn ogen. Om nooit meer te vergeten. En toch heb ik dit al eerder meegemaakt. Weer na de controle drinken gezocht thee of warm water het doet er niet toe als het maar warm is en vocht. Op de wal telefoneer ik naar Gerda. Ze zit al bijna de hele dag voor de TV. Je haalt het hoor! al ben je helemaal kapot! Ik eet wat krentenbrood,wat is dat toch lekker en ga door. De volgende is Franeker. We moeten een stuk klunen. Er wordt gesproken. Iemand zegt tegen me: “het is toch fantastisch al die mannen een dagje met zichzelf bezig,alles in de steek gelaten, allemaal pijn in hun donder, en iedereen vindt het nog gewoon ook”. Hij heeft gelijk de Elfstedentocht is uniek en het is een voorrecht er aan mee te kunnen doen. Je moet tijdens de tocht er van genieten hoe moeilijk dat ook is door de vermoeidheid daarom moet je het ook vaker gedaan hebben om dat te weten en te beseffen.

Naar Franeker gaat het via de sexbierumervaart. Veel en sterke wind tegen. Onderweg heb ik mijn telefoon stand by en ik schaats ermee in mijn hand want het is tegen drieen en Piet Hein gaat bellen. Ik rijd in een groepje en het is eigenlijk erg lastig om nu te moeten bellen. Piet Hein belt niet ik weet niet wat ik moet doen. Om deze tijd zullen Liesbeth en zijn vrienden aangekomen zijn. Ik kan niks doen. Ik stop mijn telefoon weg en heb genoeg aan mezelf. Het is een zwaar en moeilijk stuk, door de wind maar ook omdat ik vermoeid ben. Toch gaat het erg goed. Ik schiet op en de bodem is niet in zicht. Ik heb geweldig goede moed en veel vertrouwen. We klunen door de tunnel voor Franeker bekend terrein. In gedachten zie ik de beelden van de wedstrijdrijders die hier hard door lopen. Wij als toerrijders lopen als oude van dagen. Maar wij doen het dan ook voor ons plezier. Franeker binnen rijden en linksaf onder het bruggetje door en dan die massa mensen die staat te zingen met muziek, ik zwaai, zij juichen, tranen lopen over mijn wangen, wat is dit mooi….

Franeker de controlepost. Het is bijna vier uur. Een geweldige drukte. Naast de controlepost is het Elfstedenbruggetje. Ikschaats er onder door. Verder door Franeker links af. Het staat nog steeds stampvol met mensen. Ik zoek langs de kant een plek om even te zitten. Bij een steigertje voor een woonhuis ga ik telefoneren. Ik wil weten hoe het met Piet Hein is. Ik bel het nummer van Michiel. Geen antwoord. Dan het nummer van Lodewijk. Er wordt opgenomen. Ik weet niet wie, een vrouwenstem geeft antwoord. Ja Lodewijk is er en Piet Hein ook. Ze zijn in Bolsward. Ik krijg Piet Hein aan de lijn. Het gaat allemaal goed. Hij heeft niet gebeld want hij had zo’n lekker treintje. Ik zeg dat het na Bolsward met de wind meevalt minder op kop, meer zijwind. Piet Hein moet voor zeven uur in Franeker zijn, dan gaat de controle dicht. Dat moet kunnen. Ik praat even verder met Michiel. Leuk dat ze Piet Hein volgen. Na franeker willen ze naar Dokkum gaan en dan als het lukt naar Leeuwarden. Als ik ophang is Piet Hein alweer vertrokken. Ik ga ook weer verder.

Na Franeker begint de Elfstedentocht ! Het klinkt stom als je al 130 km gereden hebt maar ik weet dat het waar is. Het moeilijkste stuk gaat nu beginnen. 46 km naar Dokkum. De meeste stukken van stad tot stad zijn korter en beter overzichtelijk. Franeker Dokkum is een enorm eind, een schaatstocht op zich. Ik wil zo vlug mogelijk door want over een uur is het donker. In gedachten denk ik als ik in Bartlehiem ben haal ik het wel. En naar Bartlehiem is 34 km, dat scheelt alweer. Thuis heb ik verschillende keren deze afstand op de kaart bestudeerd. Om precies te weten welke plaatsjes en vaarten gepasseerd moeten worden. Door het stuk op te delen in kleinere stukjes denk ik het beter te beheersen. Ik schaats verder. De wind is nu pal op kop en onveranderd hard. Ik zoek een groep. Het lint rijders bestaat op dit deel van de route uit grote groepen die achter elkaar uit de wind proberen te rijden. Ik passeer Ried. Het ijs is nog goed, maar het land zo vlak en verlaten een enkele rietkraag verder leeg en koud. Het stuk hier wordt de hel van het noorden genoemd. Hier geen carnavalsorkesten en geen massa’s. Af en toe bij een bocht of en brug een paar Friezen die roepen en schreeuwen. Trochsette is het Friese woord voor doorzetten. De klank past beter bij wat het hier betekend. Dit is de tocht, dit is afzien, hier gaat het om als ik denk aan de elfstedentocht. Dit moet je zelf gevoeld hebben, hier moet je geweest zijn de Berlikumervaart . Voor mijn gevoel rijden we al een uur en schat ik dat we halverwege Bartlehiem zijn. Hoe ver is het nog wordt er gevraagd aan een toeschouwer. Nog 24 km is het antwoord. Ik kan het haast niet geloven. Gaan we dan zo langzaam door de harde tegenwind. Het is inmiddels donker geworden en het zicht neemt af. Ik zet mijn skibril op mijn voorhoofd want ik kan niet goed zien. Ik kijk met m’n oude Ray Ban speciaal meegenomen vanwege de grote glazen. Het ijs is smal en met veel scheuren. Een heel slecht stuk. Er wordt vrijwel niets gezegd. We zwoegen door als in een automatisme. Af en toe een schreeuw. Pas op! Soms ontwijken we ternauwernood een gevallen schaatser. Doorgaan. Doorgaan. Op de blikvaart val ik door een scheur. Ik maak een flinke smak. Hoe graag ik ook snel verder wil, het gaat niet erg. Ik wil even bijkomen. Een paar honderd meter verder, door het donker, staat er in een bocht een caravan met warm drinken. Er staan een paar stoeltjes op het ijs. Ik ga gauw zitten. Door de val is mijn rugzak aan een kant los geschoten. Eerst drinken. Heerlijk. Ik drink wel drie of vier bekertjes. Ik maak een praatje met de boer die dit hier met z’n familie runt. Hij heeft de tocht in 47 gereden. “Op de Blikvaart is het altijd slecht” zegt hij.”bij ons is het altijd moeilijk”. Hij woont hier in deze verlatenheid z’n leven lang. En dan met zo’n dag gastvrij voor iedereen. Het praten geeft mij afleiding. “Je bent mooi op tijd, je haalt het wel”. Ik denk aan Piet Hein die dit nog voor de boeg heeft. Dat zal voor hem heel erg moeilijk worden. Zoveel langer in het donker rijden. Ik bind mijn rugzak beter vast en ga verder. Dan merk ik hoe moeilijk het is door het zitten. Mijn spieren zijn een beetje stijf. Geleidelijk gaat het weer. In het diepe donker goed opletten. Op weg naar Bartlehiem. In het donker klunen we nog ergens. We worden aangemoedigd “dat ziet er goed uit dat gaat goed”. Door het donker kijk ik naar de verte om Bartlehiem te zien. Door de TV lampen is er een lichte plek aan de horizon. Dat geeft weer moed, nog een paar kilometer. Ik heb besloten niet in Bartlehiem te stoppen maar door te rijden naar Birdaard. Dat is 4 km verder. Ik ben dan dichter bij Dokkum en ik weet dat in het donker op de EE moeilijk is. Daar is dan de Finkumervaart en het bruggetje en alle mensen, het licht van de TV lampen en de muziek. Links af de EE op en verder naar Birdaard. De wind is nog steeds pal tegen en hard. We rijden uit het licht en dan in het donker. hier en daar een rijder met een lampje. Ik volg een groepje met een licht. We bereiken Birdaard. Ik ga zitten op de rand van een ingevroren boot. Er wordt gratis warme thee geschonken. Ik blijf even hangen en drink er nog een. Verder en weer doorgaan. Ik pak weer een groepje. Geleidelijk zie ik slechter. Ik denk dat mijn bril vet is en kijk er over. Maar het slechte zicht blijft. Ik tuur naar het lichtje van het groepje voor me op het ijs. De ijskoude harde wind recht op kop. We bereiken Dokkum. Ik ben bang dat mijn ogen bevriezen ik zie heel slecht. Lampen zijn lichtvlekken. Mensen schimmen. In Dokkum zal ik er naar laten kijken. Ik schaats door. In het duister zie ik aan de overzijde van de EE de rijders voor de wind naar Leeuwarden gaan. Oh wat gaan ze hard. Nu en dan een lichtje. We bereiken Dokkum. Ik val zonder aanleiding over een sneeuwrand. Gewoon niet gezien. Ik stempel af en vraag naar de EHBO. Ik schaats door het TV spektakel en hoor Tom Egberts zeggen dat ze live op TV zijn. Ik zie weinig en ga de EHBO tent binnen. Ik zit. Er zijn er meer. Een dokter kijkt in mijn ogen. Licht bevroren. Druppeltjes. Het gaat steken maar vooral niet in wrijven. Gevaarlijk is het niet. Voorzichtig terug met wind in de rug naar Leeuwarden dat moet kunnen. Ik verlaat de tent en rust nog even op een bank en eet een manderijn. Ik vraag iemand mijn zaklantaarn uit mijn rugzak te halen. Op weg voor het laatste stuk naar Leeuwarden. Op weg naar het derde kruisje!

Met het lampje zie ik weinig. Het gaat voor de wind behoorlijk hard. Ik hoor aan het krassen van schaarsen dat ik wordt gepasseerd. Veel zie ik niet. Ik vindt het angstig. Vooral als ik de kant in rijd en niet weet waar ik ben. Er zijn weinig schaatsers die mijn kant op gaan. Plotseling merk ik dat ik aan de rechterkant schaats en bijna tegen tegemoetkomende rijders opbots. Dit is niet goed. Ik moet rustig aan doen. Ik wil met iemand mee schaatsen. Er komt een licht achterop. Ik roep hem en zeg dat ik slecht zie. Ik vraag hem met hem op te schaatsen. “Kom maar mee. Ik heb een goede lamp, en in Bartlehiem staat iemand met nieuwe batterijen”. Hij schaatst lekker door. Ik schaats schuin achter hem en let alleen op de lichtvlek op het ijs. Hij komt uit Ommen en heeft in 86 ook gereden. Ze zijn met een groep maar rijden individueel. Er zijn er al een aantal uit de tocht heeft hij van een van zijn verzorgers gehoord. We passeren Birdaard weer maar nu voor de wind. Al het licht van het dorp zie ik alleen met vlekken. We rijden weer het donker in de laatste loodjes. Als dit zo door gaat redt ik het wel. Ik stel me voor dat ik door die ogen het niet zou halen, gewoon door domme pech. Af en toe schaats ik met een oog dicht om het te laten ontdooien,maar dat is complete onzin. Na een paar kilometer komen we weer in Bartlehiem. Volop licht en een massa zingende en juichende mensen. Ik hoor het meer dan dat ik het kan onderscheiden. Mijn gids zoekt zijn verzorger voor nieuwe batterijen. We staan stil in de bocht. Ik wil bellen naar Piet Hein maar ik kan het nummer en de toetsen niet zien. Er staan twee toeschouwers die zich over ons ontfermen. Ze zijn erg lollig. Ze maken me attent op hun spandoek maar ik kan de tekst niet goed lezen. Ze geven me een plastic roos en een plak ontbijtkoek, het is een beetje maf maar wel leuk daar ‘s avonds op die hoek in Bartlehiem. Ze toetsen voor mij het nummer van Lodewijk, die woont zeker boven Michiel zeggen ze als ze mijn briefje met telefoonnummers lezen. Ik krijg Harm aan de telefoon. Ik vraag waar ze zijn. Ze zijn op weg naar Piet Hein die moest van het ijs omdat hij te laat was. Ergens bij Vrouwenparochie. Wat erg als hij zo ver is gekomen na al die uren afzien. Ik zeg dat ik over 10 km in Leeuwarden ben. Ze weten niet of ze daar kunnen komen. We zien wel. Ik bel wel weer. Met mijn maat ga ik verder. Het laatste stuk. Het gaat wel ineens weer tegen de wind in. Een paar kilometer naar Oudkerk. Dat is nog een heel eind want je wilt naar de finish. Ik hoop dat Piet Hein niet kapot zit want ik denk aan 63. Uitrijden is zwaar , maar opgeven in de hel van het Noorden is minstens zo erg. Dat weten alleen de rijders die er geweest zijn.

We schaatsen lekker door. Mijn gids is een krachtpatser. Ik schat hem 35 of zoiets. Een leuke kerel die lekker kletst. “Gaat het nog?” vraagt hij af en toe “ ja prima”,en dan schaatsen we weer onverstoord achter zijn licht aan. Daar is de bocht naar rechts, richting Oudkerk voor de wind. Vlak voor Oudkerk is er nog een geheime controle. De laatste kilometers. In de verte aan de horizon zie ik de gloed van het licht aan de Bonke. Zeer langzaam komt Leeuwarden dichterbij. Nog een bocht en nog een brug en dan …. we draaien de Bonke op en het gejuich begint. Een massa mensen langs de kant en een zee van licht. Ik geef Ommen een hand en bedank hem en feliciteer hem met zijn kruisje. Ik wil alleen aankomen en van die laatste meters genieten. Ik voel dat ik nog goed schaats. Mooie grote slagen en glijden. Dan de finish….yes!!! Het derde kruisje, de vierde tocht. Ik voel me trots en voldaan. Het viel eigenlijk best mee. Ik treuzel nog even bij de finish ik zie en hoor geen bekenden en ik ga het ijs af naar het laatste stempeltje….Leeuwarden van harte gefeliciteerd meneer! Het is tien uur.

Ik zie niet veel en ga op een bank zitten om mijn schaatsen uit te trekken. Maar eerst telefoneren. Michiel, ik krijg Piet Hein aan de lijn. Geweldig hoor, hij klinkt nog heel goed. Hij moest er af en kon nog best door,erg jammer maar niets aan te doen. Ik krijg felicitaties en zeg dat ik niet goed kan zien en niet kan autorijden. We spreken af bij Oele en gaan vannacht nog terug naar Breda. Dan bel ik Gerda geweldig hoor! De hele dag voor de TV is ook vreselijk vermoeiend. Tot vannacht! Dan bel ik de familie Oele geweldig dat je het gehaald hebt. Ook zij zaten in spanning voor de TV. Een andere rijder wil zijn vrouw bellen, maar eerst feliciteren wij elkaar. Hij belt, “ja met mij, ik ben net aangekomen, alles is oke…, dank je..,goed he…, tot straks dag schat”. Hij vraagt hoeveel ik van hen krijg, graag gedaan zeg ik. Ik trek heel langzaam mijn schaatsen uit, ze hebben het weer gehouden. Nu koop ik heel gauw nieuwe anders komt er niks meer van. Met alles weer in mijn rugzak loop ik naar de bus die ons terug brengt naar het FEC. In de bus feliciteert iedereen elkaar. Wat een dag wat is er veel gedaan wat voel ik me eigenlijk nog goed. Maar oh zo voldaan. In het FEC meldt ik me af en lever mijn stempelkaart in. Drie geheime controle tekens en alle steden het ziet er prima uit. Ik krijg mijn controlestrook mee. Ik zie zo slecht en vraag naar de EHBO. Een steward brengt me er heen. Het zit er vol. Ik stel me voor aan de dokter ik ben Cees Groenewoud. Ik ben Kees Its zegt hij. Hij kijkt in mijn ogen. Vooral het rechter oog is niet zo best. Hij spuit er een beetje zalf in. Niet wrijven hoor als het prikt, morgen is het al veel beter. Ik loop de hal uit. Ik zie mensen waar ik onderweg mee opgeschaatst ben. Allemaal blije gezichten, allemaal kruisjes. Veel afhalers met bloemen. Ik loop op wolken naar buiten naar mijn elfstedenhuis. Piet Hein en Lies zijn er. En de hele familie Oele, Peter heeft elfstedensouvenirs voor ons. Buttons en stickers erg aardig. We pakken alles in. Ze willen niets voor de gastvrijheid. Ik heb afgesproken kleurspullen voor de kinderen te sturen. Na een heerlijk pilsje vertrekken we naar Breda. De familie Oele zwaait ons in de nachtelijke vrieskou uit. Tot ziens en bedankt. Misschien tot een volgende keer. Ik lig moe maar voldaan op de achterbank. Ondanks de vermoeidheid is mijn lichaam klaar wakker. We komen om half drie in Breda aan. Het buitenlicht is aan en de vlag staat voor de deur met hartelijk gefeliciteerd.

De Elfstedentocht 1997 zit er op!

Cees Groenewoud.

email: cjm@zeelandnet.nl

Index

2 antwoorden naar “Verslag van Cees Groenewoud. (deelnemer 97,86,85 en 63!) van Elfstedentocht 1997”

  1. Hallo Cees, wat een prestatie en een leuk verhaal. Ik wist dat je sportief was, maar dat je op je 50ste nog de elfstedentocht gereden hebt vind ik toch wel heel bijzonder. Is wel wat anders dan een potje tennis bij de BLTV. Leuk verhaal. Groeten, Pieter Bleichrodt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.