Het verhaal van 4 januari 1997 van Evert Kuijt

Het begin van een superieure dag.

Het is zaterdag 4 januari 1997 en op mijn klokradio is het bijna 4.00 uur, na een korte slapeloze nacht is het tijd om op te staan. Vandaag zal de 15e Friesche Elfstedentocht op de schaats worden gereden met mijn neefje Erik gaan we zijn vader en mijn zwager Ynze de Jong, die vandaag aan zijn vierde Friesche Elfstedentocht zal beginnen verzorgen en een hart onder de riem steken bij de moeilijke ogenblikken, op vijf vooraf afgesproken plaatsen.
Alleen Mitchell nog uitlaten.
Terwijl Willy drie liter chocolademelk, erwtensoep en broodjes klaar maakt om deze unieke dag door te komen laat ik onze trouwe zwarte Bouvier Mitchell uit. Buiten is de gevoelstemperatuur -26 graden en dat is goed te voelen de wind is vrij krachtig en het sneeuwt heel licht. Om 5.30 uur is alles klaar en in Leeuwarden beginnen de wedstrijdrijders aan De 15e Friesche Elfstedentocht.

Het vertrek naar Friesland.
Kwart voor zes volgt een laatste controle of alles in de auto is gedaan (dekens, laarzen en extra kleding) en vertrekken we richting onze eerste verzorgings- plaats Stavoren, Ynze heeft dan 67 kilometer hebben afgelegd we hopen hem te vinden. Via Almere, Lelystad, Emmeloord en Lemmer rijden wij de Provincie Friesland binnen, de wegen zijn redelijk te berijden doordat vele pekelwagens die voor ons rijden de weg met kilo’s zout bestrooien.

We zien de HELDEN, het is net een schilderrijtje.
We zijn verdwaald en staan plotseling in Sneek, waar ik aan een buschauffeur vraag hoe ik in Stavoren kom. In zijn beste Hollands legt hij uit hoe ik daar kom. We zitten zo’n twee en een half uur in de auto en rijden het plaatsje Woudsend binnen, boven op de brug zien wij voor het eerst schaatsenrijders onder ons door gaan. Aan een politie agente vraag ik wat dit zijn, wedstrijdrijders of zijn dit al toertochtrijders, zij verteld dat dit al de eerste toertochtrijders zijn, waarop ik zeg dat moet ik filmen, waarop zij zegt “zet je auto dan even op de stoep”. Ik zet mijn auto op de stoep een stukje voorbij de brug en maak mijn eerste beelden, het lijkt wel een schilderrijtje met de molen op de achtergrond. Ik bedank de agente en zij roept nog “fijne dag collega”, en ik denk hoe weet zij dat nou, later begreep ik pas dat ik een petje op had met een politie embleem.

Op het ijs bij de Gallemedammen.
We vervolgen onze weg en rijden over een landweggetje richting Stavoren, we zijn duidelijk op de goede weg, plots zien we een bruggetje waar schaatsers onder door rijden. Ik stop en kijk op delandkaart waar we zitten, ik lees de Gallemedammen, nooit van gehoord, we lopen zo het ijs op, we zien de HELDEN nu wel van heel dichtbij, met grote ijspegels aan de kin flitsen zij ons voorbij. Wanneer wij nu ook nog Ynze vinden dan kan de dag niet meer stuk en het is pas kwart voor negen.

De eerste verzorging in Stavoren.
We rijden Stavoren in het is precies negen uur, ik parkeer de auto op een grasveldje net over de sluis we horen een sirene van een brand-
weerauto er wordt gezongen het is groot feest in dit stadje. Samen lopen wij het ijs op en zien op nog geen 25 meter het stempelhokje staan, ik vraag aan een schaatser hoe laat hij is vertrokken “kwart voor zes uit de tent en zes uur ben ik begonnen met schaatsen” antwoorden hij mij. Nog geen 10 minuten later zie ik Ynze aan komen schaatsen met zijn rode muts en kleurig jack, ik roep “YNZE, YNZE YNZE” hij ziet ons meteen en komt naar ons toe. Hij ziet er wonder boven wonder niet eens vermoeid uit en verteld dat de eerste kilometers in het donker niet gemakkelijk waren hij heeft de wind in de rug gehad en het schaatsen gaat bijna vanzelf. Vanaf hier echter gaat het noordwaarts en heeft hij tot aan Dokkum de wind tegen. Ik vraag wat hij moet hebben “een beker warme chocolademelk” zegt hij. Erik gaat naar de auto toe, Ynze gaat zijn 4e stempel halen en ik bekijk al die schaatsers die langs komen. Dit had ik vaak gelezen in kranten en boekjes, maar nu ik zelf op het ijs in Friesland stond was alles nog …… (bedenk daar maar eens een woord voor). Erik trekt zijn jas uit doet deze om de schouders van Ynze zodat deze niet te veel afkoelt en schenkt een warme beker chocolademelk in en stopt een mars in de zak van Ynze we staan gezellig wat te kletsen over hoe het gaat en het lijkt net of wij aan het vissen zijn met een bakkie chocolademelk in ons hand. Na een aantal minuten vertrekt Ynze naar de volgende stempelplaats Hindeloopen, hij besluit zijn rugzak achter te laten omdat wij nooit ver uit de buurt zullen zijn, wanneer er iets aan de hand zal zijn spreken we af dan belt hij ons via zijn zaktelefoon (’n niet door mijn verzonnen woord).

De bocht linksaf naar Hindeloopen.
Wij vervolgen onze weg, na enkele minuten rijden kunnen wij langs een sloot mee rijden met de schaatsers, bij een bocht naar links besluiten wij om de auto weer aan de kant te zetten en wachten tot dat Ynze voorbij komt. Niet veel later maakt hij zwaaiend naar ons de bocht naar Hindeloopen. Wat is dat prachtig al die mensen die staan te klappen en te juichen en dat bij een gevoelstemperatuur van -26 graden. Weer in de auto rijdend zien wij overal schaatsers net boven het riet uit komen en in de lucht worden zij in de gaten gehouden door helikopters van het leger. De organisatie doet zijn uiterste best om alles zo perfect mogelijk te laten verlopen, maar de schaatsers moeten het allemaal zelf doen.

De 2e verzorging in Workum.
Bij het bord Workum slaan we linksaf en rijden recht door tot ik niet verder kan dan sla ik rechtsaf en bij de 3e zijstraat weer linksaf, tot mijn stomme verbazing rijd ik tegen een kanaal aan en ik kan de
schaatsers bijna aan raken. Ik sla linksaf en parkeer mijn auto op het gras nog geen 5 meter van het ijs af. Aan de kant speelt een dweilorkest de ene meezinger na de andere en wij zijn gereed om Ynze, hij heeft dan 87 kilometer afgelegd, een hart onder de riem te steken want al 20 kilometer lang beukt de wind met een kracht van 5 a 6 in zijn gezicht. Niet lang daarna verschijnt Ynze in ons gezichtveld en hij ziet ons meteen, zittend op de wallenkant krijgt hij opnieuw een lekkere beker warme chocolademelk een warme jas om hem heen en het gaat nog altijd voortvarend alleen een beetje stijve rug, maar mag het, ik vind het al een hele prestatie want dit is echte topsport. Ynze vraagt “waar gaan jullie nu naar toe” ik antwoord “waar je ons maar wilt hebben, we kunnen je overal zien en zijn nooit ver weg”. Zwaaiend, met zijn handen op zijn rug vervolgt hij zijn tocht op weg naar Bolsward precies op de helft 100 kilometer.

Het in de familie wereld beroemde trekgat
300 meter voorbij Bolsward.
Bolsward is voor ons niet te bereiken we mogen er niet met de auto in, ik besluit daarom door te rijden, maar na 300 meter loopt het traject onder de rijksweg door, ik parkeer mijn auto langs de kant van de weg. Wij steken de weg over en gaan lopend over het ijs in de bocht staan waar het traject naar rechts gaat. Deze plaats zal de geschiedenis ingaan als: HET BEROEMDE TREKGAT 300 METER VOORBIJ BOLSWARD. Kijkend onder de brug door staan we echter wel vol in de ijskoude wind maar zo kunnen we iedere schaatsers goed zien. Na enkele minuten zegt Erik “ik ga even bekertjes halen uit de auto”. Veertig (40) minuten later passeert Ynze de brug en buigt af naar rechts en zwaait naar mij dat alles goed gaat. Van het ijs aflopend bedenk ik me plotseling waar is Erik, bij de auto aankomend zie ik hem zitten met een lekkere bak snert in zijn hand, ik vraag “waar was je nou” en bemerkt dat niet alles meer functioneert zoals het zou moeten. Ik blijk een beetje bevangen te zijn door de kou in de spiegel kijkend zie ik dat rond mijn mond het een beetje wit is. Met soep en een sjaal komt alles weer snel tot leven en ik bedenk ter plekke de zin: ERIK JE MOET JE SCHAMEN IN DE KOU, DAT JIJ JE OOMPJE NIET HELPEN WOU.

Op een voetbalveld in Witmarsum wachten
wij op Ynze voor zijn de derde verzorging .
Overal waar we rijden zien we de helden tegen de zeer sterke wind op boksen, het is prachtig maar je moet wel bewondering hebben voor al die schaatsers die al uren onder weg zijn. Wij vervolgen onze weg richting Harlingen, het probleem is echter dat wij na iedere bocht weer een mooie plek zien waar Ynze langs komt en wij besluiten over een brug links een soort voetbalveld op te rijden. Het is er erg druk en de plaats of dorp heet Witmarsem, na 50 meter staan we op het ijs. In dit openveld is de wind nog veel erger te voelen, stuif sneeuw waait over het ijs. Niet veel later zien wij Ynze onder de brug aan komen, ik schreeuw en hij ziet ons meteen het gaat wat moeilijker maar mag het na bijna 118 kilometer? Eten wil hij niet maar een flesje AA-Drink daar heeft hij trek in, helaas hebben wij dit niet bij ons. Ik stel voor dat wij wat flesjes gaan kopen en bij de eerste gelegenheid die aan Ynze te geven. Na een slok warme chocolademelk en weer een mars voor onderweg begint hij aan de volgende loodzware kilometers. Wij kijken hem na tot dat hij de hoek om gaat en stappen in de auto op zoek naar een winkel die AA-Drink verkoopt.

De vliegende bevoorrading.
Bij het inrijden van Harlingen komen wij een benzinestation tegen, Erik stapt uit en koopt drie flesjes AA-Drink. Wij verlaten Harlingen want het is erg druk en ik ben bang om vast te raken in het verkeer. Even buiten Harlingen zien wij weer schaatsers aan de rechter kant en vrijwel meteen zien wij Ynze de hoek omkomen. Zonder te aarzelen rijd ik het fietspad op en trek 500 meter door, Erik springt uit de auto en duikt door de bosjes naar beneden en geeft Ynze zijn flesje AA-Drink. Dit gaat de geschiedenis in als “De vliegende bevoorrading op het Van Harinxmakanaal”. Dit was wel gaafkoel zeg, na 2500 meter kan ik eindelijk het fietspad af en rij ik op de weg naar Franeker.

Het overbekende Franeker fietstunneltje.
Bij Franeker slaan we rechtsaf maar verder rijden is niet mogelijk de 9e stempelplaats is afgesloten voor het verkeer. Ik besluit om te keren en terug te rijden richting Harlingen en daar weer richting Franeker te rijden. Bij een televisiemast stop ik en parkeer mijn auto in de berm, we steken de weg over en lopen naar beneden. Hier blijkt een fietstunneltje onder de rijksweg door te lopen waar de schaatsers 150 meter moeten klunen en we kijken een kleine 200 meter ver op een smalle sloot, wel staan we weer vol in de wind met onze kop. Na dik een half uur wachten komt Ynze aanrijden wij vragen of hij iets moet hebben maar hij maakt een wegwerp gebaar dat hij niets moet hebben. Met een beker warme chocolademelk in de hand klim ik met Erik over een afzettingshek en lopen wij met Ynze mee onder de rijweg door. Het gaat niet meer zo soepel Ynze heeft dan bijna 132 kilometer afgelegd en staat al bijna 8 uur op het ijs en heeft duidelijk een klein dipje. Erik zegt tegen zijn vader dat hij door moet gaan en vloekt dat hij het makkelijk kan halen het is immers pas kwart voor twee. Mijn beker warme chocolademelk geeft Erik aan een andere rijder die daar erg blij mee is en al filmend lopen wij aan de andere kant het tunneltje weer uit. Ik help Ynze het houten trappetje af en vraagt aan mij “waar zie ik jullie weer”? Ik vertel hem dat wij voorbij Franeker hem weer opwachten en dat ik nu al vind dat hij het geweldig doet na 65 kilometer tegen de wind in. Later blijkt dat hij dan nog 50 kilometer tot aan Dokkum tegen de wind in moet rijden. Een beetje traag komt hij weer op gang en zwaait nog een keer naar mij en legt dan de handen op zijn rug om zijn weg te vervolgen.

Gastvrijheid in Berlikum.
Erik en ik klimmen naar boven en stappen weer in de auto nemen wat te drinken en vervolgen onze weg naar de volgende stopplaats. Boven de schaatsers hangen nog steeds de helikopters van het leger en die volg ik tot dat wij door het stadje Berlikum rijden. Ik zie dat een bewoner zijn tuinhek heeft weggehaald zodat iedereen via zijn tuin op het ijs kan stappen en wij doen dit dus ook. Het is toch fantastisch die Friezen. Op het ijs staande zien we dat er grote lengte scheuren in het ijs lopen, dus buiten de wind moeten de schaatsers ook goed op letten waar zij schaatsen. Na dik een uur wachten komt eindelijk Ynze aan schaatsen en ik vrees het ergste want hoe ik hem op het ijs zette in Franeker voorspelde niet veel goeds, maar hij heeft duidelijk de man met de hamer een ros voor zijn kop gegeven want hij steekt zij duim op dat alles weer goed gaat. Blij, dat het weer zo goed gaat, verlaten wij het ijs en gaan op weg naar Bartlehiem.

Op zoek naar Bartlehiem.
Na enkele tientallen kilometers ben ik de weg duidelijk kwijt en besluit om maar ergens aan te bellen en te vragen hoe ik in Bartlehiem kom. Een vriendelijke oude mevrouw verteld hoe ik moest rijden om in de richting van Bartlehiem te komen. We rijden een landweg op met aan beide kanten in de berm allemaal auto’s en hoe verder ik rij hoe drukker het wordt en gladder. Ik glibber van de ene kant naar de andere kant zo glad is het op de weg, ik besluit om ergens te keren waar dit mogelijk is.

Meer dan vier uur in de snijdende oostenwind.
Terug op de weg zie ik een bord staan met Birdaard 3 kilometer, ik stel voor om daar Ynze weer op te vangen. Even later parkeer ik mijn auto achter een kerk, het is dan kwart over vier en het is bijna donker geworden. We lopen een smal pad op langs een prachtig verlichte
molen Erik roept “het is hier fantastisch vakantieman” en dit allemaal bij een gevoels- temperatuur van, we zouden het bijna vergeten -26 graden. Ik vermoed dat we op een camping terecht zijn gekomen en lopen langs de kade richting het licht en zien weer schaatsers tegen
de sterke wind vechten, ze staan bijna stil. We maken contact met een politie agent uit Enschede en staan een tijdje te praten met hem maar we blijven in het donker de schaatsers bekijken of we Ynze kunnen herkennen. Kwart over zes zegt Erik “ik heb hem gezien” en ik vraag “weet je het zeker” en hij knikt ja. Dan kunnen wij wel even wat te drinken nemen in de auto en ons een beetje op temperatuur brengen want twee uur in een snijdende oostenwind gaat je niet in je warme kleren zitten. Wij genieten van een bakje erwtensoep en wat plakken roggebrood met kaas, niet veel later staan we weer op het ijs maar dan aan de overkant. Twee meisjes staan er met lauw water en warme bouillon en voor de zoveelste keer zien we Cor, die met zijn naam op zijn buik rijd passeren, hij zal Leeuwarden makkelijk
halen. Bijna half negen besluiten wij om het op te geven en richting Leeuwarden te gaan, mijn ogen doen pijn van vier uur lang in het donker turen naar voorbij komende schaatsers.

Bijna naar huis
Teleurgesteld stappen we in de auto en ik bel Ynze voor de vijftigste keer op zijn zaktelefoon maar ook nu neemt hij niet op, later blijkt dat
zijn telefoon in zijn rugtas zat die bij mij in de kofferbak ligt. Via de mooiste dorpjes kom ik steeds dichter bij Leeuwarden maar ik durf
niet de stad zelf in te gaan bang om vast te komen zitten in het verkeer.

Op weg naar huis.
Rond de klok van negen uur gaan we richting huis, Wil belt op dat moment dat Ynze om kwart voor acht is gefinisht op de Bonke-Vaart
en via Harlingen vind ik de Afsluitdijk, waar ik de weg bijna niet kan zien door de mist die wel erg dicht wordt. Naast mij hoor ik een licht gesnurk van Erik en ik neem mij voor om een bandje op te zetten van Andre Hazes want mijn kop begint aardig te gloeien. Ik heb het
gevoel dat mijn hoofd steeds groter wordt en mijn pet begint te knellen ik zing steeds harder om niet in slaap te vallen, niet dat ik moe ben maar iedereen kent dat wel zo’n rozig gevoel. Half elf, even voor Zaandam, hoor ik “zijn we hier al” tja wanneer je ruim een uur slaapt gaat de tijd snel voorbij.

Ynze aan de telefoon.
Elf uur precies draai ik mijn straat in moe maar voldaan val ik tien minuten later in mijn stoel en bel ik Ynze op die al gedoucht en fris aan de koffie zit bij zijn neef Max en zijn nicht Jannie, ik zeg wat jammer dat we je niet meer gezien hebben en ik vraag hoe het is, zijn antwoord is “het gaat wel” na een kort gesprek sluit ik af met “ik zie je morgen wel”.

Eindelijk naar bed.
Precies twaalf uur val ik moe maar zeer voldaan op mijn bed het is dan twintig uur later toen ik daar uit stapte maar het was het meer dan waard, wat een dag onvergetelijk en ik weet nu pas wat ik in 1985 mis gelopen ben. De slappe wordt nogmaals bedankt met zijn nicht uit Maastricht.

Met vriendelijke schaatsgroeten Evert Kuijt

Index

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.