30 januari 1940

Share

In januari 2002 overhandigde de 81-jarige Piet Keizer aan verslaggever Ron Couwenhoven een officiële uitslag van de Elfstedentocht 1940. Het ging om de beroemde tocht, die eindigde met het Pact van Dokkum. Vijf rijders kwamen dat jaar gelijk over de finish in Leeuwarden. Het waren Dirk van der Duim, Auke Adema, Sjouke Westra, Piet Keizer en Cor Jongert. Ze werden gelijk op de eerste plaats gezet.

In Dokkum hadden ze afgesproken niet te spurten voor de overwinning. Ze hadden de hele dag samengereden en waren niet ontsnapt aan het merkwaardige psychische verschijnsel dat er een enorm samenhorigheidsgevoel in hun groep was gegroeid. Bovendien hadden ze bericht gekregen dat de baan terug naar Leeuwarden erg smal was.

Maar met het finishdoek in zicht en met tienduizenden toeschouwers op de wallen kon Auke Adema zich niet meer in houden. Hij begon te spurten, maar werd op de streep geklopt door de pas 19-jarige Keizer. Cor Jongert stempelde vervolgens als eerste af. De chaos was daarmee compleet, want nu claimden liefst drie rijders de overwinning!

Laat in de middag werden ze bij de commissaris van de Koningin thuis voorgesteld aan prins Bernard. Hij adviseerde het Elfstedenbestuur alle vijf een gouden medaille te geven en dat advies werd opgevolgd, maar voor Piet Keizer bleef er zijn levenlang een bijsmaakje aan die medaille zitten.

Die ochtend in januari 2002 zei hij: “Adema begon te sprinten en daarmee was de afspraak verbroken. Ik kwam als eerste over de streep en was winnaar, maar het Elfstedenbestuur heeft altijd een alfabetische volgorde van onze namen aangehouden. Dat heb ik nooit terecht gevonden en nu heeft het bestuur mijn visie daarin gevolgd en onze namen in volgorde van binnenkomst in de uitslag gezet. Dat is niet meer dan terecht.”

Piet moest meer dan zestig jaar op die gerechtigheid wachten, maar als een echte Elfstedenrijder bleef hij onverzettelijk al die jaren voor zijn recht vechten. Op het Elfstedenijs zouden we hem nooit meer terugzien, want hij was ook een goede langebaanrijder en zijn trainers vonden dat zijn slag ‘er aan zou gaan, als hij lange natuurijswedstrijden zou blijven rijden.’

Bron: KNSB/natuurijsschaatsen.nl

Zevende op 6 februari 1941

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Share
Share