27 Januari 1917

Share

Jan Ferwerda had na de Elfstedentocht van 1912 een opmerkelijk boekje over zijn avonturen uitgegeven, waarin hij Coen de Koning verweet gebruik te hebben gemaakt van een gangmaker. Dit schoot de schaatskampioen uit Arnhem geheel in het verkeerde keelgat. Toen hij in de mobilisatie-winter van 1917 hoorde dat er weer een Elfstedentocht zou worden gehouden, kondigde hij aan dat hij zou winnen en niemand anders.

De bekende sportverslaggever Joris van der Berg zei: “Ik win of ze dragen me in een doodskist van het ijs.” Zijn oude rivaal Jan Ferwerda was ook weer van de partij, maar hij kwam in het stuk niet voor. De inschrijving vlotte overigens in het geheel niet. Drie dagen voor de start hadden zich slechts 13 toeristenen 13 wedstrijdrijders aangemeld. Uiteindelijk gingen er toch 153 wedstrijdrijders van start, wat een beetje tegenviel. Maar goed, Nederland maakte – hoewel neutraal – moeilijke tijden door tijdens de Eerste Wereldoorlog.

De Koning had er zin in. Gedreven door revanchegevoelens – zijn door Ferwerda bezoedelde naam moest gezuiverd worden – reed hij iedereen al in het nachtelijke duister op de Dokkumer Ee op afstand om een nimmer meer vertoonde 170 kilometer lange solo te rijden.

In Leeuwarden had hij bij terugkeer uit Dokkum al 2 minuten voorsprong op Sjoerd Swierstra. Ferwerda moest al tien minuten toegeven. Dus die wist toen wel hoe laat het was. Aan de eindstreep had De Koning 28 minuten voorsprong op Swierstra en 1 uur en 11 minuten (!) op nummer drie Gerlof van der Leij, de nummer twee van de eerste Elfstedentocht.
Coen de Koning reed een record van 9 uur en 53 minuten. “Of hij nog met Ferwerda had samen gereden,”vroeg een verslaggever.
“Nee,”grinnikte Coen, “die neemt mij de streken te kort.”

Bron: KNSB/natuurijsschaatsen.nl

Vierde op 12 februari 1929

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Share
Share