26 februari 1986

Share

Nauwelijks een jaar later stonden de Elfstedenrijders opnieuw in de Veemarkthallen van Leeuwarden. Als dampende paarden klaar voor de start wachten ze in een grote kooi op het moment suprème. Vooraan stond Evert van Benthem in zijn geel-blauwe pak. De schaatsen kruislings voor de bocht. Na de lange run naar het ijs aan het Zwette arriveerde hij als één van de eersten en hij maakte er een onvergetelijke tocht van. Met ploegmaat Co Giling was afgesproken dat er voor Bolsward niets zou worden ondernomen, maar al op het Slotermeer ging Jan Kooiman er vandoor met Marten Hoekstra, Hans Bouma en Wout de Vries. Ze namen niet minder van vijf minuten voorsprong. De toren van Bolsward doemde nog maar nauwelijks aan de horizon op, toen Evert van Benthem de achtervolging ontketende. Nanne Semplonius, een onderwijzer uit Lemmer, Rein Jonker, kok in Wytgaard, Robert Kamperman, een werkloze architect uit Almere en Albert Bakker, onderwijzer in Scharmer in Groningen, sprongen mee.

Ze ontketende een helse jacht, die al voor Franeker was voltooid. De koplopers waren ingelopen, maar in de nieuwe kopgroep boterde het niet erg. Het ging Van Benthem te langzaam en hij sprong solo weg. Er sloeg een golf van enthousiasme door het publiek. Solo reed hij riching Bartlehiem, maar nog voor dit gehucht liet hij zich weer inlopen. Dat was van korte duur, want een kilometer na dit kruispunt ging Van Benthem weer in de aanval. Alleen Rein Jonker kon hem volgen. Samen stoven ze richting Dokkum. Op de terugweg sloeg Van Benthem vlak voor de passage van Oudkerk toe. Jonker kon hem niet langer bijhouden en zou met 1 minuut en 7 seconden achterstand over de eindstreep komen.

“Ik kon niet in dat prikslagje van Evert rijden,” verklaarde Rein zijn nederlaag, “Zo ging ik langzaam maar zeker kapot. Ik had natuurlijk graag gewonnen, maar deze tweede plaats vind ik ook fantastisch.”

Bron: KNSB/natuurijsschaatsen.nl

Vijftiende op 4 januari 1997

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.


Share
Share