16 december 1933

Nog nooit werd een Elfstedentocht zo vroeg in het seizoen gehouden als in 1933. Op 16 december was het al raak. Voor het eerst gingen er meeer dan 500 deelnemers van start: om precies te zijn 540.

De overwinning werd gedeeld door Abe de Vries uit Dronrijp en Sipke Casteleijn uit Wartena. Abe reed de hele tocht gezellig babbelend met Sipke en ze werden vrienden voor het leven. Toen ze bij de Prinsentuin in Leeuwarden aankwamen schaatsten ze over de finishlijn zonder dat ze er erg in hadden. De Vries voorop, Casteleijn in tweede positie. Voorzitter mr. Evert Hepkema wilde De Vries in de krans van de overwinnaar hijsen, maar deze weigerde beslist. “De finish was niet te zien,” klaagde Abe. “Sipke heeft net zoveel recht op de overwinning als ik.”

Het bestuur besloot na rijp beraad dan maar twee gouden medailles uit te reiken. In het hoge noorden van Friesland had het duo IJpe Smid ingelopen, die meer dan 100 kilometer alleen aan kop had gelegen. Hij eindigde uiteindelijk als derde op 9 minuten.

Abe schaatste na de tocht naar huis in Dronrijp. Zijn vrouw vroeg: “Hoeveel ben je geworden.”
“Eerste,” zei Abe, waarop hij doorliep om zijn koeien te melken. Daarna fietste hij weer naar Leeuwarden om zijn medaille op te halen bij de prijsuitreiking. Daar kreeg hij een heftig dispuut met Cor Jongert, die vierde was geworden. De discussie handelde over de beste schaatsen voor de Elfstedentocht. Jongert had als één van de weinige op hoge noren gereden en was op 11 minuten binnen gekomen.

“Friese schaatsen zijn het beste voor deze tocht,” zei De Vries, die op doorlopers over de finishlijn was gekomen.” Maar Jongert antwoordde: “De Vries wees niet eigenwijs. Op noren had jij nog veel harder gereden.”

Bron: KNSB/natuurijsschaatsen.nl

Zesde op 30 januari 1940

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.